pulpfictie http://www.pulpfictie.nl http://www.pulpfictie.nl/images/pf_logo_roze.png http://www.pulpfictie.nl PF's van Pulpfictie PF gepost door kretzsch uit leiden, op dinsdag 13 december 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1022 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1022 di, 13 dec 2011 11:13:01 CET Het meisje pikte woorden op als een vogel takken om er een nest mee te bouwen. PF gepost door Dean Blad uit Amsterdam, op woensdag 30 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1013 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1013 wo, 30 nov 2011 16:33:17 CET Hij keek op vanuit zijn tijdschrift wanneer hij de deur open voelde waaien. Ze was het, het ging gebeuren. Hij wenkt de barman voor twee ristretto, precies genoeg om dit korte bericht bij te staan. Na zijn peinzende eerste nip kijkt hij wederom op en knijpt zijn ogen samen om tranen te voorkomen. &lsquo;Lieverd&rsquo; zegt hij gevolgd door een stilte langgenoeg om een hele thermoskan koffie leeg te drinken. Na zijn tweede slok voelt hij de deur wederom dichtslaan. PF gepost door DeanBlad uit Amsterdam, op dinsdag 6 december 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1011 di, 06 dec 2011 12:42:24 CET We wilden het broertje van Dorus, Harold een keer meenemen naar een van onze fameuze strandfeesten in Velsen-Noord. Hij mocht niet van zijn moeder omdat hij twee weken daarvoor een antibioticakuur moest hebben om te herstellen van een onverklaarbare SOA. &#039;Normaal hebben koeien en varkens alleen deze bacterie in hun bloedbaan zitten&#039;, zei de dokter en kon een kleine glimlach niet onderdrukken. PF gepost door Remco Kock uit arnhem, op woensdag 30 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1004 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1004 wo, 30 nov 2011 16:38:33 CET Hij zat aan de bar van zijn hotel met Janine en voelde zich een beetje dronken worden. Hij had de dronken wereld lang niet meer betreden. Het surrealisme van de droomwereld had hij gemist; dronken zijn, het voelde heerlijk. De drank deed hem dat herinneren, dat drank vrij deed voelen. Alsof daden geen consequenties meer hadden omdat leven anders aanvoelde. Dronken leek alles fictie. <br/> <br/>Even weg van huis, weg van zijn huwelijk; de zakenreis naar Itali&euml; voelde aan als een welkome pauze na een te lange periode van ononderbrokenheid. Ononderbrokenheid breekt je uiteindelijk op, altijd en overal. Dat was wat hij geleerd had. Je kunt niet altijd maar doorgaan, onderbrekingen zijn welkom, hoe tomeloos je energie ook zijn mag. Soms is het beter om even pauze te nemen. Vroeger vond ie pauze voor mietjes, stond pauze voor hem gelijk aan opgeven. Nu wist ie: pauze staat voor afstand. Afstand geeft overzicht. <br/><br/> Dat Janine hem assisteerde hier in Itali&euml; om hem te helpen bij het beklinken van de deal was mooi meegenomen. Janine was representatief, iets dat de Italianen zouden waarderen en zaken doen ging er immers om dat de tegenpartij verleid werd. Maar de brunette was ook gezellig. Tijd door brengen met haar zou een verfrissend effect op hem hebben. Na Itali&euml; zou hij met verbeterde stemming thuis wederkeren, weer blij en dankbaar zijn om &rsquo;s nachts naast zijn vrouw in bed te kruipen. Dat was wat reizen met mensen deed toch? Dat ze thuis weer gingen waarderen. Want hij wist dat zijn vrouw een topper was. Liefde maakte onvervangbaar en zijn vrouw wilde hij absoluut niet kwijt. Maar ja, hoe mooi en lief ze ook was, ze was wel altijd en overal dezelfde. Haar borsten zouden, om maar een banaal voorbeeld te noemen, nooit groeien, niet ten positieve meer veranderen. Ja, als ze voor de tweede keer zwanger zou geraken, dan zouden haar borsten weer in omvang toenemen. Maar op die koeienuiers zat ie ook niet echt te wachten, laat staan op een tweede mini terrorist in zijn huis. Hij was al lang blij dat de eerste en enige mini terrorist voor even uit zijn levenscirkel verdwenen was.<br/> <br/> De pauze was welkom en gezellig. Hij zat aan de bar met zijn assistentie. De deal was beklonken. Of de Italianen gevallen waren voor de schoonheid en charme van Janine of voor zijn eigen overredingskracht; hij kon het niet met zekerheid zeggen. Maar hij vermoedde dat de Italianen besloten hadden het contract te ondertekenen met hun geslacht. Dit was immers het land van de schoonheid, van liefde, van erotiek en passie. Italianen waren geen denkers. Of ze het verstand wantrouwden en het gevoel vertrouwden of dat ze het verstand domweg te saai vonden om te volgen, hij wist het niet. Hij had het de Italianen niet gevraagd, het interesseerde hem niets.<br/> <br/> Janine werd met de borrel schitterender, de wereld om Janine heen waziger. Surrealistischer. Ze begon hem verleidelijk aan te kijken. Hij dacht nog; dit zijn projecties van mijn verlangens, zo werkt de drank. Maar na een uur vroeg Janine hem: zullen we nog een drankje doen op mijn kamer? Hij was verbaasd geweest over haar vraag, maar nog verbaasder over zijn reactie. Hij ging met haar mee en neukte haar. Het was nooit zijn bedoeling geweest, de korte pauze in zijn huwelijk, de zakenreis; het was bedoeld om Italianen te verleiden, om zijn geest te verfrissen. Hij was hier om zichzelf op te winden, als een vastgelopen klok, niet om opgewonden te raken. Hij was hier niet om zijn assistente te neuken. Toch deed hij het &lsquo;t. Hij neukte haar, het was heerlijk. <br/><br/> Hij kwam klaar. Hij schrok ervan. Hij keek om zich heen, verward door de omgeving. Dit was geen hotelkamer, dit was een vliegtuig. Hij was onderweg terug naar thuis, naar zijn vrouw. Naast hem zat Janine. Ze lachte verleidelijk naar hem. De wereld is een bedrieglijke plaats, zo dacht hij toen ie door het raampje keek naar de wolken die op ijsschotsen leken. <br/> PF gepost door Remco Kock uit arnhem, op woensdag 30 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1002 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1002 wo, 30 nov 2011 16:37:58 CET Hij hield van het leven. Hij hield van bestaan. Hij was bang dat ie niet lang meer zou bestaan. Dat de depressie hem zou doden. Depressie had al meer mensen gedood, mensen die sterk waren, levenslustig ook. Hij had niet de illusie dat hij het zonder meer zou winnen van de depressie. Hij was niet gek, al dachten velen van wel, hij wist als geen ander dat de depressie ongemeen krachtig kon zijn, krachtig genoeg om een mens te doden; om hem te doden. Hij had de dood wel eens in zichzelf gevoeld; hij had de dood steeds de deur uit gezet, als een gast waarvan hij en zijn omgeving niet gediend waren.<br/> <br/>Vooralsnog had hij de depressie weerstaan. Depressie, dat was voor hem de lokroep van de dood. De dood die zich in zijn hoofd had gedrongen en reclame maakte voor zichzelf, op een soms onweerstaanbare manier. Hij voelde zich dan als een getrouwde man die trachtte de verleiding van een mooie vrouw te weerstaan, een naakte vrouw die hem voortdurend influisterde: vrij met me. De depressie wekte een verlangen, een hevig verlangen. Hoe sterk kun je zijn, hoe lang kun je een verlangen negeren?<br/> <br/>De depressie was als de nacht. Het kwam vanzelf maar ging ook vanzelf weer weg. Het liefst ging hij maar slapen als de depressie er was, hij kon dan toch niks anders. En hij hoopte dan dat wanneer ie wakker werd niet alleen de nacht verdwenen was, maar ook zijn depressie. Dat de zon weer scheen, de wereld verlicht werd, alsof de dood nooit in zijn hoofd gezeten had en het nooit nacht geweest was. Depressie leek op een nachtmerrie; levensecht wanneer je er midden in zat, maar totaal ongevaarlijk wanneer het weer voorbij was.<br/> <br/>Het was weer in zijn hoofd gekropen, het verlangen naar de dood. Het uitte zich in concrete pijn in zijn kop, zoals verlangen naar seks zich uitte in een concrete erectie. Hij dacht; dit verlangen kan ik negeren, ook vandaag kan ik het weer wegdenken. Ik blijf trouw aan het leven, ik wil niet dood. Ik wil bestaan. Zonder mij bestaat er niets. Geen twee kinderen, geen lieve vrouw, geen uitdagende baan, geen president van Amerika, geen maan, geen sterren, geen Parijs, geen Amsterdam. Alles en iedereen bestaat in mijn hoofd. Hij dacht eraan toen ie het potje met pillen in zijn hand had. Wanneer ik dit inneem, zo dacht hij, dan trek ik de stekker uit de wereld. Als een televisie die op zwart springt. Alles bestaat, maar alleen via televisie, via mij.<br/> <br/>De dood drong zich verder op, terwijl hij staarde in het reeds geopende potje met pillen. De pijn in zijn kop werd nu opgevoerd tot het ondragelijke. Hij wist; ik word getest. Ik word getest op mijn trouw aan het leven, het is de dood die aan de knoppen zit nu, of toch het leven zelf? Ik wil bestaan, hij voelde hoe zijn ziel schreeuwde; ik wil bestaan! In de schreeuw lag angst besloten, wanhoop. Hij voelde zich weer die getrouwde man die tegenover een ontklede vrouw stond, een schitterende vrouw die hem nu begon te strelen. Hij hield het niet meer nu, hij kieperde het potje met pillen om boven zijn keelgat. Hij voelde hoe hij de dood verwelkomde nu, hoe hij ontrouw aan het leven werd, de dood gleed bij hem naar binnen. Hij had het niet kunnen winnen van de depressie, hij had zijn best gedaan. Soms kun je niet meer dan dat. Soms staat de nederlaag geschreven in de sterren die al lang niet meer bestaan. <br/> PF gepost door Remco Kock uit arnhem, op dinsdag 29 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1001 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1001 di, 29 nov 2011 13:54:31 CET Hij zat tegenover haar in het Grand Caf&eacute;. Hij had haar getraceerd op een datingwebsite en haar gevraagd of ze wat met hem wilde drinken. Dat wilde ze wel. &lsquo;Jouw profiel sluit perfect aan op het mijnen. Ik ben wel benieuwd,&rsquo; zo had ze via de datingwebsite gereageerd op zijn verzoek. En dus zaten ze nu samen hier. Hij vond dat zij er best appetijtelijk uit zag en hij had in haar ogen gezien dat ze ongeveer hetzelfde moest denken over hem. Hij had haar in ieder geval niet teleurgesteld, anders had ze niet zo breeduit gelachen toen ze hem bij binnenkomst aan de bar zag zitten met zoals afgesproken een rode muts op zijn kop.<br/> <br/> &lsquo;Je tennist ook,&rsquo; zei ze vrolijk. Ze had op zijn profiel onder het kopje hobby&rsquo;s kunnen lezen dat hij zijn vrije tijd graag tennissend spendeerde, maar ook dat hij net als haar hield van boeken van Harry Mulisch, De Ontdekking van de Hemel was hun beider favoriet.<br/> <br/> &lsquo;Ja, ik tennis graag. Ik vind het heerlijk. Het is een sport waarbij zelfcontrole net zo belangrijk is als het los komen van jezelf. Een intrigerende en gebroederlijk samenzijn in onze bovenkamer van het bewustzijn en het onderbewustzijn,&rsquo; zo zei hij op een intrigerende manier. &lsquo;Het is zaak dat ze geen ruzie krijgen die twee, daar in de bovenkamer.&rsquo;<br/> <br/>Hij wist dat hij intrigerend moest zijn vanavond, intellectueel ook. Zij hield van intrigerende mannen met een bepaalde diepgang. <br/><br/> &lsquo;Dat heb je mooi gezegd. Tennis is inderdaad een spel waarin je met een hoge concentratie je onderbewuste zelf het werk moet laten doen, zonder dat het onderbewuste de baas wordt zeg maar,&rsquo; beaamde ze zijn visie op het tennisspel. Dat heb ik netjes geformuleerd, zo dacht hij in zichzelf. <br/><br/> &lsquo;Wat voor een niveau speel je?&rsquo; vroeg ze hem, terwijl hij rustig nipte aan zijn rode wijn.<br/> <br/> Hij nam de tijd om zijn slok wijn door te slikken, hij liet het nog even klotsen in zijn mondholte. Tenslotte slikte hij de wijn door alsof het best wel vies mondspoelwater betrof. &lsquo;Ik ben niet heel goed hoor. Veel last van blessures gehad ook. Mijn niveau is gemiddeld. Iets beter dan gemiddeld,&rsquo; antwoordde hij haar.<br/> <br/> &lsquo;Je bent een 5je dus?&rsquo;<br/> <br/> &lsquo;Exact, exact,&rsquo; zei hij knikkend met zijn kop. Het verbale moest je via het non-verbale versterken.<br/> <br/> Hij begon haar nu een beetje te bevragen. Waar ze woonde, wat ze deed, hoe haar jeugd geweest was, wat ze van de wereld gezien had. Een eerste date ging er immers om dat je ruime informatie over de ander kreeg. Mensen moesten zich goed presenteren maar ook informeren alvorens ze beslissingen namen over de toekomst. Zij die op hun gevoel af gingen in het leven, die hoefden niet direct alles over de ander te weten bij een date als deze. Gevoelsmensen waren avontuurlijker dan rationalisten. Hoe meer informatie hoe beter de beslissing, zo veronderstelden de rationalisten. Al kon informatie, zeker in veelvoud, ook verwarrend werken en twijfel zaaien. Het gevoel beslist voor jou, maar de ratio levert enkel advies. <br/> <br/> <br/>Over zichzelf vertellen leek ze in eerste instantie een ongemakkelijke, bijna beschamende activiteit te vinden, maar nadat hij zich ge&iuml;nteresseerd in haar toonde door met regelmaat instemmend te knikken op de dingen die ze zei (of haar een nieuwsgierige vraag te stellen) kwam ze steeds meer los. Na een tijdje praatte ze tegen hem alsof hij haar al jaren kende, hij de lente die de bloem deed ontknopen. <br/><br/>Blijkbaar vertrouwt ze me, zo dacht hij op &rsquo;t moment dat ie weer eens instemmend naar haar knikte. Ze vertrouwt erop dat ik haar echt leuk vind, dat ik haar mijn tijd waard vind.<br/> <br/> Toen zij vermoeid was geraakt van haar eigen geratel en nog vrolijker was geworden doordat de date niet tegenviel (beviel zelfs!) was het zijn beurt om wat te vertellen. Hij had dit deel van de date grondig voorbereidt. Het leven was immers een groot toneelstuk, maar om de rol te krijgen die je wilde moest je eerst auditie doen. Zo ging het in zijn werk ook, wanneer ie klanten moest verleiden voor hem en zijn idee&euml;n te kiezen. Hij wist hoe het spel werkte, hij wist hoe je moest flirten tegen wie; hij beheerste dat tot in de puntjes. <br/><br/> Hij vertelde haar dat hij in zijn vrije tijd graag las, wandelde, tenniste dus, familie opzocht. Dat hij een hond had gehad, een golden retriever, maar die was overreden door een Mercedes. Dat hij vertelde dat het een Mercedes was, dat had hij zich vooraf niet voorgenomen te vertellen. Hij was immers niet zo van de auto&rsquo;s. <br/><br/>Al met al leek ze hem toch wel aardig geweldig te vinden, automan of geen automan. Zeker toen ie aangaf dat hij zijn leven nu toch wel graag met iemand wilde delen. Ze had willen zeggen: ik ook! Maar ze hield zich in. Maar hij was haar ideale man; knap, sterk, intelligent maar ook lief. Intelligentie ging bij mannen soms ten koste van sensitiviteit, maar bij hem leek daar geen sprake van. <br/> <br/> De date naderde haar einde, hij was er onmiskenbaar tevreden over. Hij had haar profielfoto vorige week gezien op internet en ze was hem bevallen. Daarna had hij zich verdiept in haar profiel, zoals hij zich voor zijn werk op het reclamebureau verdiepte in de producten en diensten van zijn potenti&euml;le klanten. Daarna was hij zichzelf gaan bedenken. Een man natuurlijk, stoppelbaardje, haren wel netjes gekamd voor het intellectuele effect.. Een trui van wol, dat straalde warmte uit. Ze had behoefte aan warmte, dat kon hij zien en voelen toen ie zijn aandacht richtte op haar profiel. Toen hij klaar was met zichzelf bedenken, met het concept, zette hij zijn profiel op de datingsite en vroeg haar op date. Dat ze instemde had hem niet verrast. Hij verstond de kunst van het verleiden. Hij wist wat een mens aansprak en wat niet.<br/> <br/> &lsquo;Leuk trouwens ook dat De Ontdekking van de Hemel je favoriete boek is,&rsquo; zei ze op de valreep, de rekening was reeds naar hun onderweg. &lsquo;Hoe vaak heb je hem gelezen? Ik drie keer inmiddels en ik weet zeker dat ik me er nog eens aan ga wagen.&rsquo;<br/> <br/> &lsquo;Ik twee keer,&rsquo; antwoordde hij stilletjes.<br/> <br/> &lsquo;Met welk personage kun jezelf het best identificeren?&rsquo; Ze vroeg het hem alsof hij zijn lievelingsgerecht met haar mocht delen.<br/> <br/> &lsquo;Met de ik figuur natuurlijk,&rsquo; floepte hij eruit. Het was de wijn, de rode wijn. Hij dronk nooit wijn, zelden alcohol ook. Alcohol maakte laks, maar op lakse wijze win je geen audities.<br/> <br/> &lsquo;De ik figuur? Er zit helemaal geen ik figuur in De Ontdekking&hellip;&rsquo;<br/> <br/> Ze keek hem argwanend aan. <br/><br/> &lsquo;Dat is zo natuurlijk. Ik verwarde het boek even met een ander boek van Mulisch. De Toverberg..&rsquo;<br/> <br/> Ze bleef hem argwanend aankijken. Haar argwanende blik deed zijn zelfvoldane in kramp verschieten. De Toverberg was blijkbaar toch niet van Mulisch. Gelukkig werd hij verlost van de ongemakkelijkheid door de ober die de op een schotel gelegen rekening kwam brengen. Haastig rekende hij direct met de ober af, hem een fooi gunnend zo dik dat het leek alsof hij een schuld af te kopen had.<br/>Buiten had de argwaan haar ogen niet meer verlaten. Ze kuste hem op zijn wangen, bedankte hem beleefd voor de gezelligheid en voor hij het wist was ze verdwenen in het donker van de nacht. Gevlucht voor iets dat rook naar bedrog. Hij liep richting zijn auto en voelde in de binnenzak van zijn jas. Het mes, de chloroform, het lag nog in zijn zak. Maar vanavond hoefde ie beiden niet te gebruiken. Zijn prooi was immers niet in zijn val getrapt.. Ben ik lui geweest, of heb ik haar onderschat?, dacht hij. <br/> PF gepost door Maria Gabriel uit Amsterdam, op dinsdag 29 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1000 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=1000 di, 29 nov 2011 13:54:19 CET Vanochtend heb ik besloten dat ik het einde van de middag en het begin van de avond hier wilde doorbrengen. De tijd tussen vijf uur en negen uur, alhoewel ik begrijp dat voor veel mensen negen uur ook best wel laat op de avond kan betekenen; maar voor mij is dit tijdstip nog altijd vroeg. Dat komt, omdat ik meestal niet voor middernacht naar bed ga. Doe ik dat wel, dan lig ik nog uren achtereen wakker en wordt het vatten van de slaap alleen maar moeilijker; met een exponenti&euml;le toename in moeilijkheidsgraad voor ieder kwartier dat ik mijn oor eerder te rusten leg. Het is nu tegen zevenen en ik leun tegen de bar, mijn vingers betasten de voet van het kristallen glas dat Andrea, ik las zijn naam op het naambordje op zijn gesteven uniform, daar had neergezet. Binnen zijn speelveld, de ruimte binnen de ronde toog van de luxe hotelbar, is Andrea druk in de weer met cocktailshakers en toebehoren, glazen en servetjes waarop hij de bestellingen voor de gasten van de luxe hotelbar neerzet. De hapjes komen vanuit de keuken, zelfs de nootjes die in de meeste horecagelegenheden toch echt in grote glazen potten op de bar staan, worden door speciaal personeel gebracht. De prijzen van de drankjes zijn trouwens torenhoog alsof ze er hier vanuit gaan dat alle client&egrave;le zakelijk is en de rekeningen declareert op het bedrijf waardoor ondertussen niemand enig benul heeft van het aan het eind van de avond verschuldigde bedrag. Zo gaat dat doorgaans in hoteletablissementen. Nou, ik kan je wel zeggen dat die vrijheid mij niet toekomt en ik als resultaat van het ontbreken van enige mogelijkheid tot declareren van mijn geneugten met een enorme traagheid nip aan mijn glas Argentijnse Camenere Syraz van 9 euro. <br/> PF gepost door Driftwood uit G., op vrijdag 18 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=999 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=999 vr, 18 nov 2011 15:55:29 CET Wat is de hoogste vorm van roem die je met woorden kan bereiken? <br/><br/>Dat een bepaalde zin, een aforisme, vanzelf aangevuld wordt als je het in het Google-tekstvak intypt. <br/><br/>Het gebeurt niet vaak met fragementen uit boeken, zelfs niet met die knappe onliners van Oscar Wilde.<br/><br/>Misschien betekent het zelfs dat aforismen in boeken hun beste tijd gehad hebben. <br/><br/>Wat wel vaak voorkomt, is dat je zinsnedes uit films letterlijk terugvindt. Het mooiste is daarbij dat bepaalde quotes weergegeven worden zoals titels in Amerikaanse kranten, alle naamwoorden gecapitaliseerd. <br/><br/>Bobby Peru, Just like The Country. <br/><br/>Het is een zin die misschien wel altijd zal blijven leven, net zoals sommige droedels van monniken uit manuscripten uit lang vervlogen tijden. PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op vrijdag 25 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=997 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=997 vr, 25 nov 2011 11:50:25 CET De oude man lag in een bed te kijken naar de televisie. De televisie zond live de begrafenis uit van een zeer groot schrijver; de media waren daar eensgezind over. De beste schrijver die dit land ooit voortgebracht heeft, zo schreven de cultuurrecensenten. Over de doden louter goeds. Voor onze doden zijn we even zo mild als voor onze pasgeborenen. Respect en mededogen voor de volstrekt weerlozen onder ons. <br/>De oude man was vermoeid, dodelijk vermoeid, maar dit wilde hij nog zien, dit wilde hij niet missen. Wanneer de begrafenis afgelopen zou zijn zou hij zijn ogen sluiten en gaan slapen.<br/> Het verbaasde de oude man niet dat de begrafenis van de schrijver zoveel aandacht kreeg in kranten en op televisie. De schrijver was immers een uniek figuur geweest. Markant en buitengewoon vindingrijk. Een grootmeester in de letteren.<br/> Gebiologeerd staarde de oude man naar de televisie die hem beelden bracht van de kerk waarin de begrafenis plaats vond. Nieuwsgierig en scherp luisterde hij naar de diverse speeches. De lofzangen van collega&rsquo;s en vrinden van de schrijvers hoorde hij met graagte en een kleine glimlach aan. Ook interessant waren de close-ups van mannen, vrouwen en kinderen uit de zaal. Met name de in beeld gebrachte gezichten die innerlijk verdriet niet verborgen ontroerde de oude man. Wat de oude man betreft kon deze uitgezonden uitvaart niet lang genoeg duren, hij had ook niets meer te doen vandaag. Hij genoot van de rollende tranen die waardering, respect en liefde voor de schrijver moesten betekenen. Al was de oude man wijs genoeg om te weten dat sommigen vooral jankten om hun menselijkheid te bewijzen. Het leven was een test, een beproeving; de begrafenis was er om liefde te laten zien, liefde die meestal gegoten werd in de vorm van rouw. Rouw kon je, evenals liefde, voelen, maar zeker ook acteren. Een begrafenis; de oude man vond het theater, maar hij hield van theater. Voor hem was het leven een groot theater, het theater van de lach en de meeslepende tragedie.<br/> Wanneer de kist van de schrijver in beeld kwam moest de oude man steeds lachen. Een kist. Je werd richting hemel vervoerd per kist. Een lachwekkend idee. Het deed hem aan mensenhandel denken, containers vol mensen die per schip vaarden richting een betere wereld. En nu ging de schrijver per kist richting een betere, hogere wereld. Hem werd een behouden vaart gewenst zo. Bespottelijk. <br/> Toen de kinderen van de schrijver hun vader liefdevol en indrukwekkend eerden met persoonlijke anekdotes kon ook de oude man het in zijn bed niet meer droog houden. Ontroerend; de laatste woorden gericht aan het publiek, maar toch vooral aan de vermeend afwezige schrijver. De oude man was erg blij dat hij deze woorden van grote dank nog had kunnen horen, zo vlak voor het slapen gaan. Hij voelde dat zijn lichaam de laatste restanten energie ergens vanuit een diepe bodem werd leeg geslurpt. Het werd nu tijd om te gaan slapen.<br/> De begrafenis was over; hij zette de televisie uit. Een man kwam zijn kamer inlopen.<br/> &lsquo;Zo meneer Mulisch. Hoe was het om u eigen uitvaart te mogen zien?&rsquo;<br/> Met krachten die echt wel eens zijn laatste konden zijn schraapte hij zijn keel en zei hij met twinkelende ogen: &lsquo;Een fascinerend voorrecht. Ik kan het iedereen aanraden.&rsquo;<br/> PF gepost door Underworld365 uit G., op vrijdag 25 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=995 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=995 vr, 25 nov 2011 11:50:04 CET Het is winter, ik ben op weg naar mijn wagen na het werk. Zoals steeds passeer ik een vuilniscontainer, waar deze keer een hond rond aan het snuffelen is. Het is zo&#039;n arch&egrave;typische vuile zwerfhond die zijn eten uit de container haalt. Ik stap wat door. De hond ziet me en volgt me tot bij de auto. &quot;Vreemd,&quot; denk ik. Het is ijskoud en ik stap snel in de auto. Ik rijd weg zonder er verder nog aandacht aan te besteden. Thuis heeft mijn vriendin het eten klaargemaakt. We kijken naar de televisie (er is een documentaire over Golden Earring) en gaan dan slapen. <br/><br/>De volgende dag na het werk is hij er terug, de hond. En als hij me ziet of ruikt of hoort of wat dan ook is hij volledig op mij gefocust en huppelt hij terug achter me. Ik stap nog iets sneller dan gewoonlijk in mijn Volvo en bol het af naar huis. Het is een lastige dag geweest. De hond kijkt mij vertwijfeld na. Wat is het toch een vervelend beest denk ik. <br/><br/>Nog een dag later, en alweer volgt de hond me. Als ik bij de auto ben, kijk kijk ik het dier in de ogen. &quot;Wat heb ik aan van je,&quot; zeg ik. Het beest begint te sniffelen en legt zich op zijn buik. Zonder te beseffen waarom, laat ik de hond in de auto. PF gepost door Tom Bouwmeester uit Apeldoorn, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=994 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=994 wo, 23 nov 2011 09:39:59 CET Het leek op een sinaasappel.<br/><br/>Dat was ook meteen het enige wat we erover konden zeggen. We hadden namelijk geen idee wat het nu werkelijk was, het hardnekkige oranje object in de vorm van een halve bol dat zomaar in, of aan het plafond van de kamer van mijn broer was verschenen. Het leek op een sinaasappel, maar het kon evengoed een nieuwe, onontdekte planeet zijn. Maar zou de kamer van mijn broer dan om de bol, of de bol om de kamer draaien? Was de bol de zon, of was de kamer dat? <br/><br/>Mijn broer wist niet te vertellen wanneer het object was verschenen, dus de mogelijkheid bestond dat het langzaam was gegroeid. Als je goed keek zag je op de bol een kleiner bolletje, ergens bovenaan rechts, als een misplaatste tepel op een vrouwenborst. Mijn broer kon met zekerheid zeggen dat die tepel pas later was verschenen. Sindsdien was hij als de dood dat de boel zich zou verspreiden, dat overal kleine bolletjes zouden opduiken, groter zouden worden en dat op die bolletjes dan ook kleine bolletjes verschenen die ook weer zouden groeien. Een goedaardig gezwel dat zelf niet gevaarlijk was, maar door zijn explosieve groei andere zaken wegdrukte &ndash; de woonruimte van mijn broer in dit geval.<br/><br/>De kamer van mijn broer was volgens hem al ronduit krap en de strubbelingen met zijn woonoppervlakte hadden nu dus een nieuwe fase betreden. In vierkante meters maakte het nog geen verschil &ndash; het ding was immers aan het plafond, en niet aan de vloer verschenen &ndash; maar met de wiskunde die mijn broer nog meester was had hij berekend dat de bol hem in kubieke meters maar liefst 0,25 m3 aan woonruimte had afgenomen. <br/><br/>&lsquo;Daar had ik een schilderijtje voor kunnen ophangen,&rsquo; zei hij erover.<br/>&lsquo;Maar je houdt toch helemaal niet van kunst?&rsquo; had ik hem gevraagd.<br/>&lsquo;Klopt, maar het gaat om het principe.&rsquo;<br/><br/>Mijn broer was er een van principes. Hij kon dagenlang zeuren over nietsbetekenende dingen die dan zogenaamd met een principe te maken hadden. Dat ik de pindakaaspot na gebruik bijvoorbeeld meteen weer in het keukenkastje zette, terwijl ik toch had kunnen weten dat hij hem ook zou gebruiken. Kleine moeite om het zelf te pakken; inderdaad, dat maakte hem ook niet uit, maar het ging om het principe.<br/>Het leek erop dat de bol &ndash; of de halve bol, want hoe hij er aan de andere kant van het plafond uitzag, wisten we niet &ndash; zich net als ik geen reet van de principes van mijn broer zou aantrekken. <br/><br/>Het ding leek eigenlijk ook wel op een gelatinepudding, maar dan wel een versteende; misschien was het een gelatinepudding waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken. Alleen verschijnen overrijpe gelatinepuddingen nog niet zomaar aan je plafond, en al helemaal niet als je nog nooit een gelatinepudding hebt klaargemaakt. Dat beweerde mijn broer tenminste, en ik wist het wel zeker, want hij kookte bijna nooit zelf. Hij leefde op magnetronmaaltijden en fastfood. Als je goed naar hem keek zag je dat hij al een beetje papperig begon te worden.<br/><br/>&lsquo;Ach, het zal wel,&rsquo; zei ik. Het kon van alles zijn, maar gevaarlijk was het niet. Oranje was een veel te vriendelijke kleur, als het echt een bedreiging vormde was het rood geweest, of zwart. Of zwart met rode stippen, als een giftige paddestoel. <br/>Mijn broer sputterde tegen, maar ik suste hem.<br/>&lsquo;Maak je niet druk.&rsquo;<br/><br/>Dat hij zich toch niet kon bedwingen bleek de daaropvolgende nacht toen hij me in paniek opbelde. Er was iets veranderd, riep hij door de hoorn, en ik moest het zien, ik moest meteen komen. In het holst van de nacht hees ik mezelf uit bed en op mijn fiets. Bij hem aangekomen deed hij even panisch als aan de telefoon. Hij leidde me meteen naar de bol toe en wees naar de onderkant. Ik tuurde, maar zag niets.<br/>&lsquo;Waar moet ik wat zien?&rsquo;<br/>&lsquo;Daar!&rsquo; <br/>Hij hield zijn vinger erbij.<br/>Ja, ik zag het. Ik was nooit echt sterk geweest in dit soort analyses, maar ik zag het. Er was een nieuwe uitstulping op de bol verschenen, bovenaan links. De uitstulping was kleiner dan de andere; je kon het nog nauwelijks een tepel noemen. Het was eerder een dikke moedervlek &ndash; maar dat is vaak ook een kankergezwel. Het ding was toch gevaarlijker dan ik dacht.<br/><br/>&lsquo;Weet je zeker dat het er eerst nog niet zat?&rsquo;<br/>&lsquo;Daar is geen twijfel over mogelijk. Ik heb het ding voordat ik ging slapen nog uitvoerig bestudeerd.&rsquo;<br/>Dan moesten we een bewaker hebben die vrij was van de behoefte om te slapen en het object geen moment uit het oog zou verliezen.<br/>&lsquo;Zullen we er een camera op richten?&rsquo; stelde ik voor.<br/><br/>Ergens in een beduimelde doos had mijn broer nog een tweedehands webcam liggen, die we op zijn computer aansloten en met de maximale zoom op de bol richtten. <br/>Zo gingen er een paar weken voorbij. Weken waarin mijn broer een kolossale externe harde schijf aanschafte om al het beeldmateriaal op kwijt te kunnen. Hij wilde het in de hoogste kwaliteit, en zelfs als hij in een periode geen verandering had gezien, wilde hij het niet verwijderen. <br/>&lsquo;Je weet het nooit,&rsquo; zei hij, alsof de bol ook achterwaarts in de tijd kon groeien.<br/><br/>Toen ik een maand later bij hem was constateerden we beiden tevreden dat het ding opgehouden was met groeien, en we overwogen dan ook te stoppen met filmen. Maar toen mijn broer naar zijn keukentje liep om nog wat koffie in te schenken en ik hem volgde met mijn ogen, zag ik het. Er was een nieuwe bol, een spiksplinternieuwe bol aan het plafond verschenen. Weliswaar op een onopvallende plek, maar als je het eenmaal had gezien kon het je niet meer ontgaan. Terwijl mijn broer koffie inschonk, keek ik naar het ding. Het was iets kleiner dan de andere bol en vertoonde nog geen tekenen van uitgroei; geen tepel, laat staan een tweede. Het zag er zo glad als een babyhuidje uit en was waarschijnlijk opnieuw zo hard als steen. <br/><br/>Mijn broer liet het dienblad uit zijn handen vallen toen hij mij het ding zag betasten.<br/>&lsquo;W&aacute;t? Nog een?&rsquo;<br/>Hij was er ook eentje van retorische vragen.<br/>&lsquo;Waar komt d&aacute;t ding dan vandaan?&rsquo;<br/>Hij wreef met zijn handen over de bol.<br/>&lsquo;Weer zo glad, weer zo hard,&rsquo; mompelde hij.<br/>Het bleef stil.<br/>&lsquo;Wat gaan we doen?&rsquo; vroeg hij. &lsquo;We kunnen toch moeilijk in elke hoek een camera ophangen?&rsquo;<br/>&lsquo;Nee, dat kan niet. Dat is onmogelijk.&rsquo;<br/><br/>Achter de boekenkast hoorde ik een kraan opengaan en water door de leidingen stromen. Iemand waste zijn handen of liet een bad vollopen. Van de boekenkast keek ik terug naar het plafond. Natuurlijk! Daarboven leidde ook iemand een bestaan: de bovenbuurvrouw. Wellicht was het ding door haar vloer gezakt, had het drie maanden in een kom gestaan om hard te worden en was het door de vloer gevallen toen ze het eruit had geslagen. <br/><br/>De bovenbuurvrouw van mijn broer had een dieprood schort aan toen ze opendeed; geuren van een Indiaas gerecht kwamen uit haar keuken. Er zat een kerrievlek ter hoogte van haar rechterborst. Hoewel ik het niet wilde moest ik meteen aan de positie van de tepel denken.<br/>Ja, het was best een leuk meisje, ze had haar bruine haren opgestoken en je had niet eens door dat ze geen make-up op had. Ik kon me voorstellen dat mijn broer verliefd op haar was. <br/>&lsquo;We komen&hellip;&rsquo; begon hij, en het was onvermijdelijk dat hij ging stotteren. Dat deed hij vaker als hij gespannen was of gespannen werd gemaakt.<br/><br/>&lsquo;Hoi,&rsquo; zei ik, met een stap naar voren benadrukkend hoe zelfverzekerd ik wel niet was.<br/>&lsquo;Heb jij onlangs een gelatinepudding gemaakt?&rsquo;<br/>Ze verbaasde zich over de ernst waarmee ik de vraag stelde en fronste haar wenkbrauwen.<br/>&lsquo;Een gelatinepudding?&rsquo;<br/>&lsquo;Ja, een gelatinepudding. Je weet wel, zo&rsquo;n blubberig ding dat je maakt met spul uit zo&rsquo;n zakje.&rsquo;<br/>&lsquo;Dat weet ik. Volgens mij wel, maar dat is al een hele tijd geleden.&rsquo;<br/>&lsquo;Hoe lang?&rsquo; vroeg ik.<br/>&lsquo;Een jaar.&rsquo;<br/>&lsquo;En je hebt het helemaal opgegeten?&rsquo;<br/>&lsquo;Nou, ik niet, mijn moeder houdt ervan. Ik maak het alleen als zij komt eten.&rsquo;<br/>&lsquo;Maar helemaal op dus?&rsquo;<br/>De gedachte over hoe smerig ze wel niet moest koken als ze haar moeder al in geen jaar had gezien, drukte ik snel weg. Misschien was haar moeder wel ge&euml;migreerd naar de Bahama&rsquo;s, of overleden; wie zou het zeggen. Gestikt in de gelatinepudding, dacht ik nog. <br/>&lsquo;Ja, helemaal op,&rsquo; zei ze.<br/><br/>Ik wilde iets zeggen om ons gesprek af te ronden, maar in plaats daarvan keek ik mijn broer aan. Hij knikte met zijn hoofd richting de deuropening. Het meisje keek bevreemd naar hem en daarna vragend naar mij.<br/>&lsquo;Het is misschien een rare vraag,&rsquo; zei ik, &lsquo;maar mogen we toch even binnenkomen?&rsquo; PF gepost door Tom Bouwmeester uit Apeldoorn, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=993 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=993 wo, 23 nov 2011 09:38:26 CET Toen hun krakkemikkige Lada, die zich alleen door een blauw zwaailicht op het dak van de andere voertuigen op de weg onderscheidde, begon te rijden, leek het erop dat hen een routineklus wachtte.<br/><br/>In de auto zaten drie politieagenten, of eigenlijk twee &ndash; de voor dit verhaal onontbeerlijke doorgewinterde hoofdinspecteur die door de gebeurtenissen op 9 november 1989 genoodzaakt was tot zijn dood door te werken, zijn assistent, de zowel op promotie als Russische vrouwen beluste adjudant en de nieuweling, die niet eerder als volwaardig agent kon werken voordat hij praktijkervaring had opgedaan &ndash; en dat was niet zo moeilijk in deze functie, want hij hoefde alleen toe te kijken hoe zijn vakbroeders bijzondere arrestaties verrichtten namens de Afdeling Bijzondere Arrestaties.<br/>Na zijn saaie tijd op de academie zat hij nu opeens vol verhalen, en het was dat de hoofdinspecteur hem nadrukkelijk op zijn beroepsgeheim had gewezen, anders kon hij waarschijnlijk niet meer ophouden met praten. Niet dat er iemand naar hem zou luisteren, want hij bezat een kamer in een buitenwijk van de hoofdstad die hij deelde met twee types die de hele dag stomdronken in hun bed lagen te ijlen. Zijn huisbaas was ook een geval apart dat maar eens per maand langskwam om de huur te innen, en vrienden, die had hij niet. Niemand op de academie wilde met hem omgaan omdat hij nu eenmaal zo weinig te vertellen had. Zijn ouders waren in een staatsgevangenis weggestopt en nooit meer teruggekomen, zijn zus was door een rijke Brit meegenomen.<br/>Iets anders dan zwijgen kon hij dan ook niet, of hij zou moeten zingen, maar dat was het enige dat het delirium van zijn huisgenoten kon verstoren en hen met een kapotte wodkafles op hem af liet stormen.<br/>De optelsom van al die situaties maakte dat hij elke dag plichtsgetrouw en zelfs met voorzichtige voorpret bij zijn collega&rsquo;s instapte.<br/><br/>Terwijl de hoofdinspecteur de Lada alert over de slechte wegen van het buitengebied stuurde en de adjudant met een kartonnen beker koffie in een vreemde slaaphouding op de achterbank was neergestreken, las hij zoals iedere ochtend op de bijrijdersstoel de dossiers van de arrestanten-in-sp&eacute;.<br/>&lsquo;Lees alleen de bovenste maar, nieuwe, de anderen zijn nog van gisteren.&rsquo;<br/>Hoe gefrustreerd de hoofdinspecteur ook mocht zijn over zijn verdampte pensioen en daarmee zijn werk, hij wilde zich eigenlijk als een grootvader over zijn rekruut ontfermen &ndash; maar tegelijkertijd verzette hij zich met wil en dank tegen die rol die hij zichzelf toedacht, waardoor hij continu last leek te hebben van stemmingswisselingen. Hij die de tweede generatie had moeten zijn &ndash; maar dat gelukkig niet was &ndash; nipte op de achterbank in een laveloze houding van zijn koffie.<br/><br/>&lsquo;Sergei Fagatov, hoofdinspecteur?&rsquo;<br/>&lsquo;Ja, Sergei Fagatov.&rsquo;<br/>&lsquo;Waarom, hoofdinspecteur? Ik zie geen aanwijsbare feiten tot arrestatie.&rsquo;<br/>&lsquo;Fagatov is zelf de reden voor zijn arrestatie. Het is een raar mannetje, het bureau wil hem elke maand ondervragen, dus halen we hem elke maand op. Hij zal ons wel verwachten.&rsquo;<br/>&lsquo;Maar hoofdinspecteur &ndash;&rsquo;<br/>&lsquo;Niets te maren, het zijn orders en wie zijn wij om daaraan te tornen, dus hou maar op, want ik weet dat je het wetboek dat zegt dat dit niet mag uit je hoofd kent.&rsquo;<br/>&lsquo;Verdomme, het hele wetboek, ja?&rsquo;<br/>&lsquo;Ga slapen, vadertje, of drink &rsquo;s avonds minder wodka.&rsquo;<br/>&lsquo;Ach, wat&hellip; wat is een halve fles. Of een hele.&rsquo;<br/>&lsquo;Teveel voor jou, vadertje, dat weet je zelf net zo goed.&rsquo;<br/>&lsquo;Ach, wat.&rsquo;<br/><br/>Fagatov woonde in een dorpje aan de voet van de bergrug die de grens met Rusland vormde. De Lada ronkte harder naarmate de hellingen aanzwollen. Een paar uitgemergelde katten zwierven langs de weg. Aan vislijnen hing was te drogen, maar er was niemand om het binnen te halen als de donkere wolken die nu boven de bergen hingen straks hun inhoud zouden lozen. <br/>Verf bladderde van de huizen, hun stenen verbrokkelden.<br/>&lsquo;Het is altijd al een kale, naargeestige plek geweest,&rsquo; besloot de hoofdinspecteur na een discussie die niet had plaatsgevonden.<br/>&lsquo;Wat? De kut van je vrouw?&rsquo;<br/>&lsquo;Kop dicht, vadertje.&rsquo;<br/><br/>&lsquo;Fagatov woont daar verderop,&rsquo; zei de hoofdinspecteur tegen zijn rekruut, met een handgebaar naar de enige begroeiing in het verwoestijnde dorp. Hij moest moeite doen hem niet eens goed over zijn hoofd te aaien. Daar zou de jongen wel behoefte aan hebben, hij heeft zijn ouders al in geen jaren meer gezien en het lijkt er niet op dat ze ooit terug zullen keren. Ik zou hem kunnen adopteren en in huis kunnen nemen, dat zou vrouwlief ook op prijs kunnen stellen, want sinds Katja het huis verliet is het doodstil&hellip;<br/>&lsquo;Hoofdinspecteur? &ndash; Hoofdinspecteur?&rsquo;<br/>&lsquo;Ja&hellip; Ja, wat?&rsquo;<br/>&lsquo;Zijn we er?&rsquo;<br/>&lsquo;Oh, ja.&rsquo;<br/>In zijn overpeinzingen had hij al voor Fagatovs huis geparkeerd.<br/>&lsquo;Ja, hier is het. Stap maar uit. Vadertje, jij ook!&rsquo;<br/><br/>&lsquo;Bij Stalin, wat heeft die gek nu weer verzonnen,&rsquo; zei de adjudant toen hij de rood-witte-achtung-halt-slagboom zag staan naast een blauw wachthuisje waarop een in vier kleuren geverfde juten zak was getimmerd. Zonder er notie van te maken stapten ze gedrie&euml;n over de witte lijn van kalk die onder de slagboom langs de struiken doorliep en ook langs alle kanten van het perceel was doorgetrokken. <br/><br/>Een paar passen verder deed een hoge schrille stem uit het wachthuisje hen opschrikken.<br/><br/>&lsquo;Paspoortcontrole! Paspoortcontrole! Willen de heren hun paspoorten laten zien?&rsquo; <br/>Terwijl ze nog niet van hun schrik waren bekomen sprong een kleine ge&uuml;niformeerde dwerg uit het wachthuisje terwijl hij een gummiknuppel omklemde in zijn rechterhand.<br/>&lsquo;Paspoortcontrole! Paspoortcontrole!&rsquo; herhaalde hij.<br/>&lsquo;Jaja, kalm aan, meneertje,&rsquo; zei de hoofdinspecteur.<br/>&lsquo;Artikel 47 van het wetboek van strafrecht van Tzjazjiki&euml; stelt het strafbaar om ambtenaren in functie te kleineren of op andere wijze te beledigen!&rsquo;<br/>&lsquo;Artikel 47? Wetboek? Tzjazjiki&euml;?&rsquo; stamelde de hoofdinspecteur overrompeld.<br/>&lsquo;Artikel 47 van het wetboek van strafrecht gaat over kruimeldiefstallen, hoofdinspecteur.&rsquo;<br/>De adjudant greep de dwerg bij zijn revers.<br/>&lsquo;Kleine kutdwerg,&rsquo; zei hij, terwijl hij het mannetje anderhalve meter boven de grond door elkaar schudde. <br/>&lsquo;Rustig vadertje, rustig,&rsquo; maande de hoofdinspecteur. &lsquo;Laat hem los.&rsquo;<br/>De adjudant liet hem hard vallen, maar de dwerg stond verbazingwekkend snel weer op.<br/>&lsquo;Uw paspoorten, of ik laat u opsluiten op verdenking van het overtreden van artikel 47!&rsquo;<br/>&lsquo;Beste man&hellip;&rsquo; probeerde de hoofdinspecteur nog eens.<br/>&lsquo;Uw paspoorten!&rsquo;<br/>&lsquo;Hoe wil je ons verdomme op proberen te sluiten?&rsquo;<br/>&lsquo;Geen antwoord! Paspoorten!&rsquo;<br/>&lsquo;Beste man, kalm aan&hellip;&rsquo;<br/>&lsquo;Paspoorten!&rsquo;<br/>&lsquo;&hellip; kunt u mij eerst eens vertellen wat Tzjazjik&iuml;e is, want ik heb er werkelijk nog nooit van gehoord.&rsquo;<br/><br/>&lsquo;De Republiek Tzjazjiki&euml; is gisteren gesticht door president Sergei Abramovitsj Fagatov, meet vijfhonderd vierkante meter en kent tot op heden twee staatsburgers, president Fagatov en ik, Luca Capalli, grenswachter en minister van Immigratie.&rsquo;<br/>&lsquo;Luca Capalli? Luca Capalli&hellip; Ja, ik weet het zeker! Bij Lenin en zijn lelijke zussen! Je stond vorig jaar nog in het circus op te treden als huisdwerg!&rsquo;<br/>&lsquo;Genoeg, heren. Genoeg! Paspoorten!&rsquo;<br/>&lsquo;Als uw staat niet internationaal erkend is, is die eis volledig ongegrond,&rsquo; zei de rekruut.<br/>&lsquo;Internationale erkenning? Wat denkt u wel niet! Tzjazjiki&euml; bestaat sinds &eacute;&eacute;n dag en meneer heeft het al over internationale erkenning! De brieven voor de Verenigde Naties en de uitnodigingen voor het vestigen van ambassades zijn nog niet eens verzonden!&rsquo;<br/>&lsquo;Nou dan.&rsquo;<br/>&lsquo;Niets! Paspoorten!&rsquo; zei de dwerg onvermurwbaar.<br/>&lsquo;Donder toch op,&rsquo; zei de adjudant, waarop hij de dwerg vastpakte en zeker tien meter verderop in het struikgewas neergooide. &lsquo;Godvergeten klotedwerg.&rsquo;<br/><br/>&lsquo;Kom, laten we verhaal gaan halen bij Fagatov,&rsquo; zei de hoofdinspecteur.<br/>&lsquo;Meneer de president heeft geen tijd voor audi&euml;nties!&rsquo; gilde de dwerg terug.<br/><br/>Fagatov deed inderdaad niet open toen het drietal aanbelde bij de deur met daarop het naambordje Presidenti&euml;le residentie der Republiek Tzjazjiki&euml;.<br/>Een tweede keer bellen, een derde keer, op de ramen kloppen, door de brievenbus roepen, niets.<br/>&lsquo;Mannen, we zijn hier voor een arrestatie, goedschiks, of kwaadschiks. Trap de deur in.&rsquo;<br/>&lsquo;Weet u het zeker?&rsquo; probeerde de rekruut nog.<br/>&lsquo;Ach wat, mond dicht. We zijn al genoeg vernederd vanochtend,&rsquo; zei de adjudant waarop hij met zijn schouder tegen de deur beukte, die niet meegaf. Pas toen hij er drie ferme schoppen tegenaan had gegeven knalde de deur open.<br/><br/>Het huis was leeg. <br/>Volkomen leeg.<br/><br/>&lsquo;Vadertje, jij gaat naar boven, ik zoek met de nieuwe de benedenverdieping af.&rsquo;<br/>Hun onderzoek was vruchteloos, en zij liepen terug naar de hal toen zij de adjudant oorverdovend hoorden gillen vanaf de bovenverdieping.<br/>&lsquo;Nieuwe, volg,&rsquo; zei de hoofdinspecteur kordaat terwijl hij trillend zijn pistool tevoorschijn haalde.<br/><br/>De adjudant lag met een rode vlek op zijn voorhoofd gekneveld op de grond terwijl Luca Capalli met zijn gummiknuppel paraat nijdig op hem toekeek.<br/>&lsquo;Wraah! Jullie ook nog?&rsquo; gilde hij toen hij geluid op de trap hoorde en de hoofdinspecteur zijn wapen op hem afvuurde.<br/>Het pistool haperde. De loop was dan ook niet gereinigd sinds 1978.<br/>Capalli overmeesterde de hoofdinspecteur, die verbaasd naar het pistool in zijn hand was blijven kijken, gemakkelijk.<br/>De rekruut rende de trap af naar de voordeur, maar de deur zat op slot. Een achterdeur? Hij rende door de lege woonkamer naar de al even lege keuken en begon aan de tuindeuren te rammelen. Ook dicht.<br/>Toen hij een ruitje wilde intikken, hield een hand op zijn schouder hem tegen.<br/>Het was Fagatov. Een rijzige man met priemende ogen en een lange, zwarte baard, gekleed in een grijze legertuniek. Hij had iets weg van Raspoetin.<br/>Waarschijnlijk waren het zijn priemende ogen die maakten dat de rekruut zich zonder verzet liet meevoeren naar de bovenverdieping en zich daar gewillig liet knevelen, naast zijn collega&rsquo;s.<br/><br/>De eerste gevangenen die de republiek Tzjazjiki&euml; maakte worden nog steeds vastgehouden.<br/>Wie zich daartoe geroepen voelt, mag een reddingspoging ondernemen &ndash; maar ik waarschuw u, er is niemand die hen mist. PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op vrijdag 25 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=992 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=992 vr, 25 nov 2011 11:49:44 CET De schrijver ontwaakte. Of beter: herrees. Iedere dag wordt een mens wakker en iedere dag dat een mens wakker wordt voelt deze zich een beetje alsof ie zojuist opnieuw geboren is. Maar na een avond heel hard en veel drinken, dan ontwaakt een mens en dan was er sprake van een herrijzenis. De schrijver voelde zich die ochtend in ieder geval als herrezen want de dood spookte nog in zijn kop, zijn hersenen deden veel zeer nu. Zijn koppijn viel stekend te noemen. Denkspierpijn. <br/> De schrijver ontwaakte. Gedesori&euml;nteerd keek hij om zich heen, zich verbazend over zijn lot. In zichzelf zei hij: waar the fuck ben ik? En in zichzelf antwoordde hij: in een fucking vreemd bed in een fucking vreemde en fucking kleine kamer. <br/> Alcohol was zo&rsquo;n beetje de religie van de schrijver geworden. De schrijver die eigenlijk geloofde in niets, de schrijver die met recht een nihilist genoemd mocht worden, die geloofde in alcohol, in drank, in de roes. Hij was zijn rationaliteit gaan hekelen. Wanneer hij immers rationeel naar de wereld keek en zag dan voelde de schrijver de depressie in hem ontbrandde. Rationeel de wereld bekijken; brandstof was het steeds geweest. Benzine waarop zijn terugkerende depressies in gang gezet werden. <br/>Zijn ratio, zijn rationele interpretatie van het leven en de mens, van de hedendaagse beschaving, de versie van de waarheid die zijn ratio hem opdiende, die was niet te verkroppen. Zijn waarheid was een regelrechte pijniging voor zijn ziel. De waarheid die zijn ratio hem voorschotelde, dat was als een bordje beschimmeld brood. Ziekmakend. Soms, zo had de schrijver gedacht, is het beter om de waarheid niet te zien. Overleven heette dat. Overleven was het niet willen zien van de waarheid omdat een gezond iemand nu eenmaal meer hing aan het leven dan aan de waarheid. De waarheid was voor destructieve sukkels. Een mens was op aarde om te leven, om de zon te zien opkomen en ondergaan, maar niet om de waarheid achter de dingen te zien. Dat was inmiddels de nieuwe filosofie van de schrijver, de nieuwe religie die zijn leven reguleerde. Excessief drankgebruik, dat was jezelf degenereren. Dat was de reden waarom de schrijver zoveel dronk; hij wilde de waarheid niet meer zien.<br/> Terwijl de schrijver trachtte te bevatten dat hij een levend wezen was bekeek hij de onbekende kamer waarin hij kennelijk overnacht had. Het was een kamer van een studente, een studente die naast hem lag te slapen in een krakkemikkig bed. Fucking hel Max, wat the fuck heb ik nu weer uitgespookt. Dat was wat de schrijver dacht toen hij de tijd nam om de situatie van zijn heden te inspecteren. Zuipen, veel te veel en veel te diep zuipen maakte de schrijver geregeld tot een detective van diens eigen leven. Excessief drankgebruik betekende dat je de waarheid kapot sloeg, lomp en ongecontroleerd. De volgende ochtend was de vorige nacht als een m&ecirc;lee van puzzelstukjes die kris kras en soms onvindbaar in het geheugen opgeslagen waren.<br/> De schrijver keek naar het meisje dat naast hem lag te slapen en hij herkende haar. Vagelijk, maar hij had het meisje vaker gezien. Terwijl hij zijn hersenen voelde nabranden van het gif dat hij gezopen had identificeerde hij het meisje. Dat identificeren voelde naar aan. Soms is de ander herkennen een vervelende gebeurtenis. Op sommige plaatsen wil je niemand herkennen en wil je dat niemand jou herkent. <br/> Hij was een schrijver geweest van veel verkochte doch melancholische romans die de zwarte zijde van de menselijke geest als thematiek kende. De schrijver schreef zoals hij het leven nuchter bezag; hij zag door de huid van de mensen heen kijkend overal ego&iuml;sme. Altru&iuml;sme was voor hem een masker waarachter ego&iuml;sme zich stilletjes en leep schuil hield. Zijn geest was op den duur verworden tot een martelwerktuig dat hem opdroeg romans te schrijven, romans die hem vreselijke inzichten in de mens verschaften. Op een dag besloot de schrijver dat hij moest stoppen. De typemachine gooide hij stuk op de vloer. Het moest gedaan zijn met het lijden. Niemand deed meer aan lijden, we leefden toch in een hedonistisch eeuw?<br/>Het meisje werd wakker. Hij wist hoe oud ze was. Zeventien, achttien hooguit. De schrijver was zeven- en veertig. Hij wist wie haar vader was. Haar vader, dat was zijn beste vriend. Misschien wel zijn enige vriend. Het meisje was een fan van zijn werk. Ze had in een jaar tijd al zijn boeken uitgelezen. Ze had hem dat laatste trots bekend. &lsquo;Jammer dat je gestopt bent,&rsquo; zei ze eens tegen hem tijdens een toevallig treffen in de supermarkt. Hij had, met een fles wijn in zijn hand, zijn schouders opgehaald.<br/>Ze werd wakker, het meisje dat iets weg had van een vogeltje. Het kleine kamertje waarin ze woonde had iets van een vogelhuisje. De schrijver had geslapen in een vogelhuisje, samen met een donzig jong vogeltje.<br/> &lsquo;Zo, jij ziet eruit alsof je al maanden geen licht meer gezien hebt. Mijnwerker,&rsquo; zei ze hem met ogen als spleetjes en een glimlach die hem verwelkomend voorkwam. Alsof hij een leuke jonge knaap was die kon rekenen op een ontbijtje en misschien op termijn haar liefde. <br/> &lsquo;Sanne. Hebben wij eh?&rsquo; vroeg hij het meisje dat zijn dochter had kunnen zijn. Hij kende haar moeder, dat was iemand waarmee hij wel een kind had willen maken vroeger. Zijn beste vriend was hem destijds echter voor geweest in de ratrace. Hij had haar hand wel gewild, maar hij greep mis.<br/> &lsquo;Ja dat hebben wij,&rsquo; zei ze met een vrolijke glimlach. Ze leek bepaald niet bevangen door een ochtendhumeur. &lsquo;Het bewijs ligt in de prullenbak. Het bewijs dat mijn favoriete schrijver in mij geweest is vannacht. Kan ik morgen op school zeggen tegen mijn vriendinnen: je raad nooit wie er dit weekend in mij geweest? Max Monster!&rsquo;<br/> Hij schudde zijn hoofd, hetgeen hem pijn deed. &lsquo;Je liegt. Ik mag hopen dat je liegt.&rsquo; Even zei hij niks om er tenslotte &lsquo;jonge dame&rsquo; aan toe te voegen. <br/> Ze lachte wederom. &lsquo;Je bent vannacht toch niet vergeten? Ik kwam je tegen in De Staat. Je was duidelijk bezopen, maar je praatte nog makkelijk. Je was erg grappig. Ik had niet het idee dat je ontoerekeningsvatbaar was toen ik je na sluitingstijd vroeg om bij mij nog een biertje te doen zodat je De Lucifer kon signeren. En ook daarna was je allesbehalve ontoerekeningsvatbaar te noemen...&rsquo;<br/> De schrijver wist niet echt te reageren. Zijn hoofd was vooral druk bezig met pijn te doen, emoties en gedachten produceerde zijn hersenen nu niet. Zijn hersenen waren gesloten vanwege herstelwerkzaamheden. &lsquo;Dit mag je vader nooit te weten komen,&rsquo; zei hij tenslotte zo gedecideerd als hij kon.<br/> &lsquo;Ik lieg nooit tegen mijn vader,&rsquo; zei het meisje machtsbewust. Hij zag haar borsten. Ze leken nog niet helemaal volgroeid. Wat hij gedaan had dat paste eigenlijk wel in zijn geruchtmakende leven. Het was ook niet de eerste keer dat hij als man op leeftijd in een jonge vrouw gezeten had, maar dit sloeg natuurlijk alles. Hij verbaasde vriend en vijand maar ditmaal ook zichzelf.<br/> &lsquo;Je hoeft ook niet te liegen. Ik vraag je om te zwijgen.&rsquo;<br/> Ze glimlachte naar hem. Gespeelde onschuld. &lsquo;Ik zal zwijgen. Ik wil niet dat jij en papa ruzie krijgen. Maar op een voorwaarde.&rsquo;<br/> Hij zuchtte. Als er een emmer naast het bed gestaan had dan hij deze nu gevuld. &lsquo;En die voorwaarde is?&rsquo;<br/> &lsquo;Je weet dat ik een van je grootste fans ben toch.&rsquo;<br/> &lsquo;Zou kunnen.&rsquo;<br/> &lsquo;Schrijf een boek voor me. Een boek voor je grootste fan. Als dank zal ik zwijgen. Papa zal er nooit achter komen. Maar dan wil wel dat je een boek voor me schrijft. Een nieuw boek.&rsquo;<br/> Hij staarde naar een poster van een of andere popster in haar kamer. De schrijver mompelde wat woorden. &lsquo;Een straf. Je wil me straffen. Meisje, je weet niet wat je me aandoet.&rsquo; <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=991 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=991 wo, 23 nov 2011 09:37:38 CET Hij deed niet aan verleiden. Hij koos hen niet, zij kozen hem. Het kwaad, de straf, alles in het leven was een keuze, er waren nuances maar nuances veranderden de uitkomst niet. Het was voor hem cruciaal dat zij het wilden. Het moest vrije wil betreffen, anders deed hij het niet, hij had ook een hart, een eerlijk hart. Natuurlijk, hij was een duiveltje. Hij was een knappe man met strakke kaken van staal en een paar groenkleurige ogen die een soort van magnetische uitwerking op vrouwen hadden. Zijn zachte stem, zijn blonde haren; hij was verleidelijk maar ter gelijke tijd ook vertederend.<br/> Zij wilde hem, daar in de nachtclub, hij had er niet aan getwijfeld. Ze had hem constant zitten bekijken. Hij keek terug en glimlachte een paar maal, maar het meisje met de krullen sprak hem aan. Niet andersom. Ze was een beetje dronken geweest en moest in zijn blik iets gewilligs gevoeld hebben. Ze had al na een paar minuten van praten haar tong in zijn mond gepland, zoals mensen vroeger een vlag in onontdekt land staken en daarmee zeiden: dit is van ons nu. Zij had haar tong in zijn mond gestoken en daarmee aan iedereen die in de nachtclub aanwezig was laten weten; dit snoepje is van mij, in ieder geval voor vannacht. <br/> Na een paar minuten tongzoenen had ze hem meegevraagd naar haar huis. Hij had kalm ingestemd. Ze had zijn kalme, onverschillige manier van het uitspreken van &lsquo;ja is goed&rsquo; niet bevreemdend gevonden. Zo ging het nou eenmaal in deze zondige stad, waar one night stands behoorden tot een zakelijke transactie tussen twee zielen die hun lichaam aan elkaar ter beschikking stelden voor een nachtje. Zoals mensen die de dood in de ogen keken hun lichaam ter beschikking stelden aan de wetenschap, zo stelden de moderne stadse jongeling zijn lichaam beschikbaar voor de heilige Lust. De romantiek lag in deze stad spartelend op haar gat te vergaan en te verdwijnen. Met de romantiek scheen het nooit meer goed te komen ook. <br/> Toen zijn vrouw hem op een regenachtige middag alles uit de doeken had gedaan interesseerde het gevaar dat boven zijn hoofd hing hem in eerste instantie niks. Hij dacht alleen maar aan het huwelijk en de huwelijkse gelofte die zijn vrouw gebroken had. Met haar overspel had ze de magische verbinding tussen hen verbroken. &lsquo;Ik hou van je maar ik kan niets anders zeggen nu dat ik van je wil scheiden,&rsquo; had hij na haar biecht gezegd. Ze had gezegd dat ze het begreep, maar dat het andere nu voorrang had. Dat hij dat andere eerst moest uitzoeken, over die scheiding zouden ze later zeker te spreken komen.<br/> Hij was in haar appartement aangekomen, ze had hem een biertje aangeboden en was daarop erg dicht naast hem op de bank gaan zitten. Ze was een slungelachtige jonge vrouw, met leuke krulletjes, een fijne glimlach en een zeer onschuldige oogopslag. Haar lieve ogen hadden hem doen twijfelen, maar hij had gedacht: dit is nu eenmaal mijn taak en daar loop ik niet voor weg. Sletjes, hoe lief en goed ze ook van karakter zijn, moeten gestraft worden. Dat was zijn opdracht en daaraan had hij zichzelf geconformeerd. Iemand moest het doen. En een rechter sprak ook geen seriemoordenaar vrij omdat ie ondanks zijn misstappen zo&rsquo;n goede vader en toewijdend echtgenoot was. Een goed karakter is geen verzachtende omstandigheid. <br/> Het meisje met de krullen begon hem te zoenen, hij diende haar met zijn tong van de gewenste repliek. Hij pakte haar bij haar borsten vast, waarop ze begon te kreunen. Het meisje met de krullen en kleine borsten begon te kreunen van genot. Langzaam groeide in hem de behoefte om haar te straffen. Synchroon aan die behoefte groeide zijn geslacht. Een monsterlijke transformatie, dat was zijn gevoel bij de erectie.<br/> Hij had gedaan wat zijn vrouw hem opgedragen had. Hij had de dokter opgezocht die zijn komst wel verwacht had. Binnen een dag zouden ze weten of hij gestraft was het virus. En ja, een dag later bleek dat hij gestraft was. Gestraft voor het maken van de verkeerde keus. Hij had nooit met zijn vrouw moeten trouwen. Hoeveel hij ook van haar hield, hij had kunnen constateren dat er in zijn vrouw een duivelse hang naar ongelegitimeerde lust ronddwaalde. Hij had die duivel in haar een paar keer met eigen ogen aanschouwd, wanneer ze bijvoorbeeld op de meest ongepaste plaatsen naar zijn penis greep. Onder de tafel in een restaurant, of in een lift die ze via de noodrem stilzette. Hij zag dan aan haar ogen dat hij die duivel in haar alleen kon verdrijven door haar te nemen, hetgeen hij dan maar deed. Uit liefde voor zijn vrouw nam hij haar op een plek die hem benauwde van schaamte. Toch had hij nooit een keus, die duivel in haar moest verdreven worden en dat ging nu eenmaal alleen maar met zijn harde penis. <br/> Het meisje met de krullen sleepte hem via zijn hand naar haar slaapkamer. Ze duwde hem in een rommelig, ietwat ranzig tweepersoons bed. Ze begon hem uit te kleden en omdat hij nogal passief op haar bed lag kleedde ze zichzelf daarna ook maar uit. Geilheid maakte ongeduldig. Hij voelde hoe zijn lid helemaal klaar stond om het meisje met de krullen te straffen voor haar zondige gedrag. Zijn lul was een Trojaans paard. Hij vond zijn stijve lul een schitterende vorm van symboliek; zijn lul verbeeldde niet alleen haar zonde, maar ook haar straf.<br/> De dokter had het hem koeltjes medegedeeld. &lsquo;Ik kan helaas er niets anders van maken,&rsquo; zo had de dokter hem de waarheid gezegd. De waarheid die weliswaar getemd kon waardoor de schade beperkt kon blijven, maar vernietigen kon de dokter de waarheid niet. Na een paar weken van ongeloof, woede en lichte depressie kwam hij tot de conclusie dat er in zijn ziekte een opdracht weggelegd lag. De zondige sletjes moesten gestraft worden. Hij droeg de straf in zich, het zat nota bene in zijn plasma verweven nu, het zat in zijn bloed en dus hij was een van de weinigen die de staf kon uitdelen.<br/> Het meisje met de krullen had hem even gepijpt en toen was ze voor hem klaar gaan liggen. &lsquo;Neem me,&rsquo; zei ze gevolgd met een vreemd lachje. Toen ze zijn aarzeling zag zei ze: &lsquo;maak je geen zorgen, ik ben aan de pil. Een condoom is niet nodig. Neem me asjeblieft. Ik wil je voelen, ik wil je zo graag in me voelen!&rsquo; <br/>Ze had hem geuit, ze had hem zelf binnengevraagd nu. Vrije wil. Ze was een sletje dat gestraft moest worden. Hij begon in haar te stoten. Weldra zou hij haar injecteren met haar welverdiende straf. Aids. <br/> PF gepost door KMB uit Den Haag, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=990 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=990 wo, 23 nov 2011 09:37:11 CET Van bovenaf zijn ze klein, de mensen op de voet. Volg ze en zie, ze zijn als mieren. Ze maken rondes, van &rsquo;s ochtends heen en &rsquo;s avonds terug. Rondes snel bij aanvang, tergend traag weer terug. Kijk, in blik, de mens op wielen; kijk, op buizen van metaal, smal en snel. Zie ze lopen, rijden, fietsen &ndash; alles verzonnen door eenzelfde mens, die zijn rondes deed op benen. Zie je dat, toen? Rustiger inderdaad, leger, en minder grijze stippen. En kijk eens verder, zie je dat, later? Rustiger inderdaad, leger, en minder stippen. Geen bewegende zelfs. PF gepost door Appie Konig uit amsterdam, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=987 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=987 wo, 23 nov 2011 09:35:43 CET <br/><br/>Lieve Mauro,<br/><br/>Terwijl de normaal denkende Nederlanders, druk doende zijn om jouw te steunen in het verkrijgen van de door jouw zeer gewenste verblijfvergunning, zijn de niet normaal denkende Nederlanders bezig met een oneindig politiek schaakspel. Een schaakspel wat helaas geen remise kent.<br/>Gelukkig vindt je deze mensen niet dagelijks in de rij van de supermarkt en blijft de mishandeling op deze volksmenners helaas uit. Volksmenners die zich oppermachtig voelen en gedragen op de vierkante meters van de tweede kamer.<br/><br/>Jij moet zelf toch ook zo langzamerhand doodmoe worden, van het uitgestreken smoelwerk, waarmee minister ( Hard ) Leers naar ieder zitting demagogisch de pers te woord staat. Woorden als &ldquo; Het gaat niet zo zeer om de persoon Mauro &ldquo;, woorden die ervoor zorgen dat het maximale niveau van mijn braakcentrum keer op keer bereikt.<br/>Als het niet om de persoon Mauro gaat, om wie gaat het dan wel?, juist het gaat hierbij om afspraken, die kiezend Nederland hebben goedgekeurd. En hierdoor ben jij slechts een pion geworden in dit politieke schaakspel.<br/><br/>Het resultaat van dit politieke schaakspel is vooralsnog, een studievisum.<br/>Das even lekker, toch Mauro? <br/>Het lijkt mij een fantastisch gevoel, dat de mensen in politiek voor jou mochten bepalen dat als je in Nederland wilt blijven, je MOET studeren. Het woord Moeten is in Angola zeer gebruikelijk, maar had jij jaren geleden verwacht, dat er in het vrije Nederland tegen jou zou worden gezegd dat je MOET studeren? Ik denk van niet. <br/><br/>Zelfs de vele petities helpen niet om hun schaakspel tot een einde te brengen, een einde waarin jij de laureaat zou moeten zijn . Papier wat uit de maagdelijke verpakking werd gehaald, om vervolgens het maagdelijke wit te transformeren in een schilderij vol handtekeningen. Dit vele inkt hebben er gelukkig voor gezorgd dat het maagdenvlies van het papier in een rap tempo werd stuk gemaakt. Heel normaal denkend Nederland zette zijn handtekening en ik hoop dat dit voldoende zal zijn en dat we hiermee niet lang hoeven door te gaan, totdat het papier zal gaan menstrueren. Want bloed willen we niet en bovendien heb jij in Angola al genoeg bloed voor de rest van je leven gezien.<br/><br/>Maar het woord hierin is wederom voor minister ( hard ) Leers. <br/>Ooit was hij Burgervader van Maastricht, die een woonwagenkamp liet ontruimen en toen al druk was met het immigratie en asiel beleid. Gelukkig werd er toen nauwelijks naar hem geluisterd, maar helaas hij besloot zijn macht hoger op te zoeken. Jawel, hij werd minister, eindelijk had hij de macht en mocht hij dit ook uitoefenen. Het woord macht alleen al, doet mij rillend denken aan een dictatuur. <br/><br/>Nederland wordt verkankerd door mensen als ( hard ) Leers. Mensen die niets liever willen dan Macht, misschien omdat ze thuis helemaal niets te vertellen hebben, wie zal het zeggen.<br/>Nederland is ook het land waar je in het openbaar tegen de minister- president de woorden &ldquo; wat nou man &ldquo;, mag uitspreken, maar ook waarin zwaar gestrafte Tbs&rsquo;ers niet hoeven terug te keren van hun weekendverlof. Het land van de boerka tax, het land waar je door het uiten van je mening rustig een mes in je hart of een kogel door je kop kunt verwachten. Lieve Mauro, wil je wel in zo&rsquo;n land blijven? Wil je wel studeren in ons land?, alhoewel het &lsquo; willen &lsquo; inmiddels voor jou is veranderd in MOETEN!<br/><br/>Nederland wacht in spanning af op de beslissing die er wordt genomen over jou. <br/>Tot die tijd moeten we het doen met de aardbeving aan media aandacht, die jij overigens terecht krijgt. Laten we dan ook vooral doorgaan met deze aandacht, net zolang dat de naald van de seismograaf zal uitslaan naar astronomische krachten op de schaal van richter. Juist dan, zal iedereen wakker worden geschud en misschien minister ( Hard ) Leers ook wel. <br/>Tot die tijd, lig jij vastgebonden op de treinrails, te wachten op het lot wat komen gaat. Gelukkig vallen er door het gure herfstweer vele bladeren op de rails, bladeren die er zorg voordragen dat de treinen te laat of soms zelfs helemaal niet rijden. Ik hoop voor jou dat het dit laatste is wordt.<br/><br/>Warme groet,<br/><br/>Appie K&ouml;nig<br/><br/> <br/><br/><br/><br/><br/><br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op vrijdag 25 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=986 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=986 vr, 25 nov 2011 11:49:14 CET &lsquo;Nee, wanneer het aan mij ligt, dan nemen we haar niet,&rsquo; had hij zijn vrouw nog gezegd.<br/> &lsquo;Hoezo niet? Vond je haar te lekker, denk je dat je niet met je handen van haar af kan blijven?&rsquo; had zijn vrouw ge&iuml;rriteerd op hem gereageerd.<br/> &lsquo;Ik dacht dat je me vergeven had, maar je straft me nog steeds in je bijzinnen. Maar nee, ik ben niet bang dat ik niet van haar af kan blijven. Ik vertrouw haar niet. Mijn instinct vertrouwt haar niet. En mijn instinct heeft altijd gelijk.&rsquo;<br/> Hij praatte over zijn instinct alsof hij het over iemand of iets anders had. Alsof zijn instinct onomstotelijk bewijs was dat hun nieuwe schoonmaakster niet deugde. Zijn instinct beschouwde hij als zijn gave, hij rook het onraad van ver. Daarom was hij rechercheur geworden, vanwege zijn speurneus.<br/> Zijn vrouw wilde de schoonmaakster die hij niet vertrouwde. De wil van zijn vrouw was wet. De wil van de vrouw was wet. In het publieke domein hadden vrouwen weinig te zeggen, maar binnen de muren van huizen zwaaiden ze de scepter. Vrouwen waren misschien wel de spindokters van de maatschappij.<br/> Hij had haar verdacht gevonden vanaf het begin, de schoonmaakster. Haar huid leek ondergedompeld in karamel, ze was jong en natuurlijk vond hij haar heerlijk. Ze zag eruit als een snoepje. Maar de eerste keer dat hij haar in &lsquo;r ogen keek zag hij: die deugd niet. Die is voor de duvel niet bang, al doet ze nog zo bedeesd. Zo ging het ook bij verdachten die hij zag en sprak op het politiebureau. Hij keek ze diep in hun ogen en wist na een tijdje turen genoeg. Schuldig of niet schuldig. Zijn ogen velden het oordeel, daarna restte hem de taak bewijs te zoeken. Je kon mensen immers niet veroordelen op een gevoel, het onderbewuste moest en zou getoetst worden. De wetenschappelijke route.<br/> Soms moest je het lot een handje helpen. Je kon wel zeggen: die deugd niet. Maar je moest het zeker weten. Daarom zette hij soms een val uit voor een verdachte. Lokaas. Hij schiep dan een situatie die bedoeld was om de verdachte te testen. Bewijs maar dat je goed bent. Zoals zijn collega&rsquo;s van de politie vroeger deden bij heling en tegenwoordig lokhomo&rsquo;s inzette om homofobe zielen te ontmaskeren, zo lokte hij de verdachte zijn val naar rechtvaardigheid in. Pedofielen bijvoorbeeld, die sprak hij in chatrooms aan en dan stelde hij zich aan de verdachte voor als een meisje van dertien. Hij hoopte dan dat de man voorstelde om samen een film te kijken of zoiets. Dat was wat hij hoopte, dat de duivel zich durfde te tonen. Hij wilde graag glimpen zien van Lucifer. <br/> Ook voor de schoonmaakster bedacht hij een test. Wat zijn instinct betrof; een verdachte was schuldig totdat deze het tegendeel bewees. Zo overtuigd was ie van zichzelf. Dat was geen arrogantie, maar zelfkennis. Hij hoefde maar naar zijn lijst met opgeloste zaken te wijzen om het vertrouwen in zijn instinct te rechtvaardigen.<br/> Zogenaamd liet hij een briefje van twintig onder het echtelijke bed van hem en zijn vrouw slingeren voor de schoonmaakster kwam. Teruggekeerd van zijn werk had hij onder het bed gekeken en geconstateerd dat het briefje er nog lag. Hij zuchtte bij het vinden van het geld. Hij had de schoonmaakster dan wel niet ontmaskerd als dievegge maar toch zeker als iemand die haar vak beroerd uitoefende. Het was een eerste stap, zo constateerde de rechercheur. Hij had in ieder geval al bewezen dat de schoonmaakster niet helemaal deugde. Maar het bewijs was nog te broos voor een veroordeling, dat wist hij als geen ander.<br/> Een week na zijn eerste stap naar ontmaskering zette de rechercheur een nieuwe val. Nu verhoogde hij de inzet. Een briefje van vijftig legde hij naast de krantenbak onder de tafel in de huiskamer. Hij voelde zich verheugd, verheugd zoals een meisje zich voelde wanneer ze zich voor de spiegel mooi maakte voor een etentje met een leuke jongen.<br/> Toen hij thuis gekomen was had hij direct bij de krantenbak gekeken en tevreden geconstateerd dat het briefje verdwenen was. De rechercheur voelde zich opgelucht. Nu was het gelijk van zijn instinct, van zijn neus, zijn spitse speurneus immers bewezen. Toen hij daar in zijn lederen speurneusjack stond kwam zijn vrouw op hem afgelopen. &lsquo;Schat, je moet wat beter je geld opbergen. Ouwe sloddervos.&rsquo; <br/> Ze gaf hem een briefje van vijftig. &lsquo;Gevonden door de schoonmaakster. De lieve schat.&rsquo;<br/> In de kop van de rechercheur begon het te knetteren. Diep van binnen was hij woest. Met een glimlach nam hij het geld aan. De volgende keer gooi ik de juwelen van mijn vrouw de rivier in, zo dacht hij. <br/> PF gepost door Driftwood uit G., op vrijdag 18 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=984 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=984 vr, 18 nov 2011 15:54:01 CET Op 12 september 2008 maakte de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace een eind aan zijn leven. Ik moet hier en nu al onmiddellijk bekennen dat ik nog nooit een letter van hem gelezen heb. Zijn boeken heb ik geparkeerd op mijn Goodreads-pagina, en aan de omvang van zijn oevre te zien moet ik zeggen dat het wellicht nog wel een tijd zal duren vooraleer ik effectief een van zijn boeken ter hand zal nemen.<br/><br/>Ik las iets over de schrijver in Time Magazine, waarin ze beweerden dat zijn magnum opus &quot;Infinite Jest&quot; de skyline van de Amerikaanse literatuur veranderd had. Dat vond ik nogal een straffe uitspraak, &quot;eentje om te onthouden&quot;, beseffende dat Amerikanen nogal graag overdrijven. <br/><br/>Maar goed, op 12 september 2008 nam de man blijkbaar een touw (of alleszins een lusvormig ding), deed het rond zijn nek en bevestigde het andere uiteinde aan een goed vastzittend onderdeel van zijn huis. Daarna maakte hij naar alle waarschijnlijkheid (er waren geen getuigen) een sprongvormige beweging wat ervoor zorgde dat hij niet langer kon ademen; en dat is inderdaad een vitaal onderdeel van wat men &quot;leven&quot; noemt. <br/><br/>Blijkbaar was David iemand van de &quot;depressieve&quot; soort, leerde het artikel me. Niets was er goed voor hem. Hij schreef maniakaal aan zijn boeken maar blijkbaar was hij perfectionistisch, hij vond het nooit &quot;goed genoeg&quot;. <br/><br/>Zoals het clich&eacute; luidt, we zullen nooit weten wat er in het hoofd van David omging op die bewuste twaalfde september. In het bovengenoemde artikel was er sprake van medicatie, zonder dewelke hij niet kon functioneren. <br/><br/>Ik heb in mijn naaste omgeving ook al eens gezien, en ik kan me zo al voorstellen wat dat betekent. <br/><br/>Feestjes op stelten zetten als je medicatieschema niet meer goed gefinetuned is, zonder reden beginnen krijsen als een kind, plotsklaps beslissen &quot;een tukje te doen&quot; als er iets je niet zint. Daarna volgt er meestal een opname in een ziekenhuis waar de artsen weer kunnen kijken wat er misgegaan is. Heb jij ook dergelijke toestanden meegemaakt David? <br/><br/>In het artikel las ik dat je &quot;van goeden huize&quot; was. <br/><br/>Je vader was een professor in de filosofie, je moeder in de letterkunde. Zou het niet kunnen dat dit deel van je probleem was? Ik weet het, ik speculeer, maar daarom voer ik je op als personage in een verhaal, ik schrijf geen wetenschappelijke verhandelingen. <br/><br/>In sommige milieus zijn er zo weinig ontnuchteringsmomenten. <br/><br/>Kindje wil scoren bij ouders. Ouders vinden het fantastisch dat kindje gaat schrijven. Maximaliseer dit gegeven in een bepaalde context en je komt vroeg of laat uit op boeken van duizend pagina&#039;s of meer zoals &quot;Infinite Jest&quot;. <br/><br/>Het klinkt allemaal wat hard, David, en je vele fans zullen het me kwalijk nemen, maar misschien was je beter nooit met schrijven begonnen en had je beter enkele jaren met je handen gewerkt. <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=982 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=982 wo, 23 nov 2011 09:32:18 CET Hij had veel van haar gehouden maar langzaam was zijn liefde voor haar verminderd. Nu was het zo goed als op. Hij wist inmiddels wel hoe het leven te werk ging; je ontmoette iemand, er ontstond een soort van niet te verklaren chemische klik en je veranderde in een bron van liefde waar de ander dankbaar van dronk. En vice versa, als het goed was. Je leefde in de illusie dat de liefdesbron niet opkon, maar naarmate de geschiedenis zich een paar keer herhaald had wist hij; liefde raakt op. Ook ditmaal hadden de wetten van de geschiedenis zich nogmaals bewezen.<br/> Hij had haar ontmoet op zijn werk. Ze was nieuw binnen gekomen en hij had haar direct leuk gevonden. Hij zag iets in haar dat hij graag in meisjes zag. Kwetsbaarheid. Achter haar kwetsbaarheid school niet alleen talent maar ook schoonheid. Haar kwetsbaarheid uitte zich in verlegenheid, maar ook in haar uiterlijk en kledingkeuze. Ze deed er alles aan om niet op te vallen, ze wilde niet gezien of gehoord worden. Haar kleren, haar make-up, haar haren; alles was camouflage. Het liefst leek ze onzichtbaar te willen zijn. Ze wilde niet geraakt worden. Noch door woorden, noch door blikken.<br/>Hij voelde zich een scout toen hij haar tijdens &lsquo;r eerste weken waarnam op de werkvloer. Hij had haar ontdekt, als eerste. Hij wilde haar. Ze was klein, lief en duidelijk bang. Hij wilde haar, het knappe doch angstige schepsel, gelukkig maken. Verwennen en vertroetelen. Het zwakke en &rsquo;t kwetsbare riep dat zorgzame gevoel nu eenmaal op, bij hem in ieder geval wel. Hij stelde zich verantwoordelijk voor haar geluk. Sterk zijn was niet alleen plezierig, sterk zijn mondde uit in een functie. Hij stelde zichzelf aan als haar beschermheer. <br/>Ze had het allemaal toegestaan. Ofschoon ze onzichtbaarheid leek na te streven vond ze het toch fijn om gezien te worden. Liefde was immers de meest goddelijke vorm van erkenning die een mens kon ontvangen. Liefde was de ultieme vorm van acceptatie, het gaf de ander het idee belangrijk en waardevol te zijn. Hij gaf haar, door haar liefdevol en complimenteus te wijzen op haar uiterlijke en innerlijke schoonheid, wat ze nog niet had, wat ze mistte: zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn over haar eigen kwaliteiten. Ze kreeg langzaam aan zelfvertrouwen. Ze bloeide op, zichtbaar en hoorbaar. Ze begon energie uit te stralen. Voor ze met hem was had ze niets van zichzelf durven uitstralen, vermoedelijk uit schaamte. Hij maakte haar duidelijk dat schaamte een misvatting was. Zeker haar schaamte was dat, namelijk een foute zelfinterpretatie van &lsquo;r brein. Hij had deze fout hersteld. Hij en niemand anders.<br/>Op het werk klom ze geleidelijk op in de hi&euml;rarchie. Stapje voor stapje. Uiteindelijk streefde ze hem zelfs voorbij. Eindelijk had ze de uitgang gevonden, eindelijk kon ze zichzelf kwijt. Haar geestigheid, intelligentie, aanlokkelijke schoonheid; ze had er dankzij hem een uitweg voor gevonden. Zij was hem dankbaar geweest, maar ze realiseerde zich ook; dankbaarheid was niet hetzelfde als houden van. Dankbaarheid maakte nog geen liefde. <br/>Naarmate zij haar kwetsbaarheid van zich af schudde, verloor hij langzaam aan zijn liefde voor haar. Zijn liefde werd immers steeds minder nodig. Haar opkomst, haar ontwikkeling; het maakte hem overbodig. Het maakte zijn functie als beschermheer overbodig. Het begon op te houden.<br/>Zij was veranderd. Soms kan liefde tegen de individuele verandering, maar meestal niet. In dit geval was zij de gegroeide voet en hij de te klein geworden schoen. Liefde stopt wanneer zij overbodig is geworden. Hij was een oude te kleine schoen geworden. Iedereen was inwisselbaar in het leven. Op familieleden na misschien. <br/>Ze gingen uit elkaar. Hij was alleen. Lang zou dat niet duren. Hij had een neus voor kwetsbaarheid. Hij was als een asiel voor kwetsbare vrouwen. Wanneer hij zijn functie goed zou blijven invullen zouden zijn relaties altijd ergens een keer eindigen. Hij vond het prima zo. <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=981 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=981 wo, 23 nov 2011 09:31:54 CET Overdag zat hij op kantoor, de kantoorklerk. Hij had er niet echt voor gekozen, voor dat aan het bureau geketende leven. Hij onderging de dagen zoals een mens in een rolstoel. Een rolstoeler heeft ook niet gekozen voor de rolstoel, tenminste dat mag je aannemen. De rolstoel is nu eenmaal vergroeid met de rolstoeler. De kantoorklerk was vergroeid met zijn bureau. Hij had het geaccepteerd. Het leven kende nu eenmaal vervelende bijwerkingen.<br/> Hoe anders waren de nachten van de kantoorklerk. In de nacht ging hij op jacht. Jagen was zijn passie geworden. Nooit had hij vermoedt een jager te zijn, maar hij bleek het toch echt te zijn. Zonde dat een mens bij toeval zichzelf moet ontdekken toch? Toeval was het geweest, het moment waarop de kantoorklerk een deel van zichzelf ontdekte. Zijn jagerskant. Zonder het toeval was hij nooit een jager geworden. Zonder het toeval had hij zichzelf een stuk minder gelukkig gevoeld. Nuttelozer. <br/> Hij had door de stad gelopen die nacht, zoals hij dat wel vaker deed. Nachtelijke stadswandelingen, wanneer de straten op wat harige en baardige types na uitgestorven waren, gaven hem een fijn gevoel. Ergens de enige zijn, de ruimte krijgen, heerlijk vond hij dat. Niemandsland was dan van hem.<br/> Maar ook in Niemandsland kon je gestoord worden. Een zwerver, een junk kwam hem om geld bedelen die nacht. Dat kwam vaker voor, dat bedelaars hem lastig vielen in Niemandsland. De kantoorklerk had het niet op zwervers en al helemaal niet op de verslaafde zwervers. Hij keek de zwerver aan; een vieze vent die een vieze hand naar hem uit stak aan. Hij voelde minachting. Hij stond oog in oog met de hopeloosheid. Nieuwe gedachten, nieuwe interpretaties overmeesterde de kantoorklerk. Hij zag de zwerver als een man zonder hoop. Waar geen hoop meer in schuilt, daar schuilt geen leven meer in, zo redeneerde de kantoorklerk. Ik sta hier niet tegenover een levend wezen, maar tegen een klinisch dooie. Deze junk valt het best te vergelijken met een kip zonder kop. <br/>Openbarende ingevingen. Ik moet deze klinisch dode man geen klein geld geven, ik moet hem verlossing geven. De junk was dood van binnen, zijn ziel was lang geleden al gevlucht. Gevlucht zoals een neerstortende straaljagerpiloot de schietstoel gebruikt om niet in een straaljager wrak te eindigen. De kantoorklerk stond oog in oog met een lichaam. Zielloze, wegrottende lichamen moeten niet op straat liggen, maar onder de grond. De kantoorklerk keek om zich heen, constateerde dat hij alleen was met het lichaam in de steeg en daarop stak hij met zijn Zwitserse zakmes. Zeven keer stak hij in het lichaam. Toen was het lichaam dood. Eindelijk klaar om geruimd te worden. De straten moesten gezuiverd worden, zo dacht de kantoorkler vlak na zijn daad. Een daad die aanvoelde als een ontdekking.<br/> Nadien volgden nog velen junks die de kantoorklerk in de nacht doodstak met zijn Zwitserse zakmes. Hetzelfde Zwitserse zakmes dat hij iedere dag gebruikte op kantoor om een sappig appeltje te schillen in zijn pauze. Evenals het zakmes was de kantoorklerk multifunctioneel. Overdag schilde het zakmes appels en maakte hij rekeningen op. In de nacht sneed het zakmes in kelen en ging het buikholten in; het maakte de kantoorklerk &rsquo;s nachts tot een jager. Een jager op afval. Rondlopend, rondscharrelend afval. <br/> Klinisch gezien was de kantoorklerk een seriemoordenaar, maar niemand die op hem joeg. Blijkbaar was de maatschappij het eens met hem. Dat kippen zonder koppen, zielloze lichamen niet op straat horen. Lege lichamen horen verbrand te worden of overstelpt te worden met aarde. Zoals lege blikjes niet op straat horen, maar in de afvalbak. De maatschappij was de kantoorklerk dankbaar. Dat was iets wat hij zeker wist. <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op woensdag 23 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=980 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=980 wo, 23 nov 2011 09:31:42 CET Via de spiegel staart hij naar zichzelf. Hij herkent zichzelf aan zijn ogen, niet aan de rest van zijn gezicht. Zijn gezicht is oud aan het worden. Zijn masker van huid begint langzaam aan te scheuren. De tijd trekt mensen langzaam uit elkaar. Je kunt je als mens verzetten tegen de tijd maar ook na duizenden jaren is er geen bewijs geleverd voor onsterfelijkheid. Alle mensen worden vermoord, vroeg of laat, door de tijd.<br/> Hij heeft zichzelf altijd gezien als een belofte. Een grote belofte. Die gaat hij vandaag waarmaken. Van kinds af aan wist hij van zichzelf: ik ben een belofte. Ik ben hier met een reden, zo had hij het zijn hele bewuste leven gevoeld. Een grote taak was voor hem weggelegd. Zoiets voel je. De ziel voelt de toekomst aan, ongeveer zoals vogels voelen dat er onweer komen gaat. <br/>Eigenlijk was het alleen wachten op het moment dat hij opgeroepen zou worden. Zijn hele leven al stond hij stand-by. Als een brandweer die wacht op huizenhoge vlammen. <br/> Het begon hem op een gegeven moment zwaar te vallen, dat wachten op zijn roeping. Vaak had hij gedacht: ik word geroepen. En dan ging hij. Met ziel en zaligheid. Acteur, kok, filmmaker, muzikant; hij dacht dat het roepingen waren, maar steeds bleek hij iets gehoord te hebben dat niet geklonken had. Wie nooit geroepen wordt gaat zichzelf roepen, zonder dat zelf blijkbaar door te hebben. Een mens is een meester in het voor de gek houden van zichzelf.<br/> Zeker de laatste tien jaar was het stil geweest in zijn leven. De dagen, het leven, de tijd; het trok aan hem voorbij. Hij was er wel, maar niemand nam notie van zijn bestaan. Hij voelde zich een boom. Mensen wandelen iedere dag langs de boom, maar echt opmerken doen ze de boom niet. Het was wachten op de betoverende roeping zodat de boom tot leven gewekt zou worden.<br/> Hij besluit zich te scheren voor de spiegel. Vandaag is zijn dag immers, zijn momentum. Hij heeft hier naar toe geleefd, lang zonder zelf te weten waarnaar. Zijn leven had altijd aangevoeld als een vreemde, verwarrende tijd. <br/>Nu voelt hij zich nerveus en gretig te gelijk. Als een toneelspeler die ijsberend in de coulissen staat te wachten op het moment van opkomst. <br/> Terwijl hij zich scheert met een mesje, wat hij lang niet meer gedaan heeft, scheren, denkt hij terug aan het moment dat hij geroepen werd. Hij keek televisie. Het journaal. Het was laat, het licht van de televisie scheen fel in zijn ogen. En toen kwam hij in beeld. De politicus. Als hij nu aan dat moment terug dacht, toen hij via de televisie voor het eerst oog in oog met de politicus stond, dan viel dat te vergelijken met een toekomst bepalend oogcontact. Een man die een vrouw in haar ogen kijkt en weet: zij is de ware, haar moet ik gelukkig maken. Hij keek via de televisie in de ogen van de politicus en wist: nu word ik geroepen. <br/> Natuurlijk wilde hij zijn sterke gevoel controleren met zijn verstand. Hij verdiepte zich in het gedachtegoed van de politicus. Dat wat hij onder ogen kreeg en wat zijn verstand binnensijpelde bevestigde zijn instinct. Hij werd geroepen. Nu wist hij waarom hij op aarde gezet was. Hij bleek een zendeling te zijn. Een huurling, een huurling van het Goede. Er was naderend onheil opkomst en hij was de man die het onheil verkomen ging. <br/> Hij keek zijn geschoren gezicht aan in de spiegel. Hij had oogcontact met zichzelf. Dit was de dag waarvoor hij leefde. Vandaag zou hij de politicus ombrengen. <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op vrijdag 18 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=978 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=978 vr, 18 nov 2011 15:49:19 CET Hij staat in het midden van de dansvloer. In het hart. Hij is dronken, heel erg dronken. In drank vindt hij verlossing. Drank doodt zijn gedachten. Het leven is een worsteling, hij worstelt met zijn verstand. Waanzin zit &lsquo;m in gedachten. Gedachten moeten dood. <br/> Hij staat hier op de dansvloer om gered te worden. Hij wacht op een hand die hem beetpakt en hem meeneemt. Weg van hier, weg van zijn op handen zijnde zelfvernietiging. Dronken zijn is leuk, maar ergens stopt de gezelligheid en begint de zelfvernieling. Wie wil hem redden? Hij kijkt om zich heen. Hij zoekt naar iemand die hem wil redden, naar iemand door wie hij gered wil worden. Aangezien hij dronken is kan dat wat hem betreft iedereen zijn. Iedereen met een kutje althans.<br/> Hij kijkt om zich heen en pikt er eentje uit. Zijn eerste keus, daar stapt ie als eerst op af. Het is een mooie meisje. Een vrouw met donker haar. Ze lijkt op een meisje. Hij valt niet op vrouwen maar op meisjes. Is het de onschuld waarvoor hij gevoelig is? Hij spreekt haar aan. Ze is bereidwillig om met hem te praten. Ze heeft fijne ogen. Alles wat een mens wil weten van de ander leest men in ogen. <br/>Ze staat open voor hem. Zijn eerste keus mag hem. Maar even later blijkt ze niet beschikbaar. Ze heeft een kind met een man die misschien haar ex gaat worden, maar ze wil het proberen met hem uit te houden. Voor het kind. Ze is een moeder. Het geluk van het kind is voor een moeder belangrijker dan haar eigen geluk. Hij weet het, hij weet het omdat hij ook een moeder heeft. Alle moeders zijn hetzelfde wat dat betreft.<br/> Hij haalt nog een biertje voor zichzelf en voor zijn vriend. Hij blijft zoeken naar redding. Hij gelooft in geluk. Hij moet alleen geduldig zijn. Geluk komt en geluk gaat. Hij vindt dat het wel weer eens tijd wordt voor geluk nu. Komt het vannacht niet, dan komt het morgen of een andere keer. Maar het komt, zijn geluk. Tegen geluk loop je aan, zomaar op een dag. Het enige wat je er voor moet doen is zorgen dat het geluk tegen jou aan kan lopen. Binnen zitten op je kamer en daar wachten op geluk is natuurlijk zinloos. Hij heeft zin in geluk en als het geluk vanavond niet komt dan zou hij graag wat te neuken hebben. Van neuken wordt een mens niet gelukkig, maar fijn is het wel. Gelukkig word je van het bedrijven van de liefde. Dat is wat hij inmiddels over het leven geleerd heeft. Genoeg dus. <br/> Liefde vindt hij die nacht niet. Het is hem niet gelukt tegen geluk op te lopen. Wel is hij een telefoonnummer rijker dat hij misschien gaat gebruiken om eens te neuken. Het zal hem niet dichterbij zijn doel brengen, het geluk, maar buiten de liefde is het leven doelloos. Het doelloze leven, opgefleurd door spelplezier. Het leven is een spel al hebben de meesten dat niet zo door.<br/> Hij en zijn vriend, die ook zocht naar geluk maar het eveneens niet vond, lopen samen naar huis. Ze besluiten nog een biertje te doen bij hem. Waarom ook niet? De nacht eindigt pas wanneer je in slaap valt. <br/> De volgende morgen schrikt hij wakker op de vloer van de huiskamer van zijn vriend. Hij heeft hoofdpijn en een zere rug. Het leven is verrukkelijk. <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op vrijdag 18 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=977 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=977 vr, 18 nov 2011 15:49:02 CET De dokter had hem met een lachend gezicht aangekeken. De lach van de dokter was niet feestelijk of uitgelaten te noemen, eerder vriendelijk. Het nieuws dat de dokter hem verteld had was weliswaar verschrikkelijk geweest, maar het nieuws werd met een glimlach gebracht. Serve with a smile. Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen.<br/> De ziekte die in hem gekropen was, of er altijd al gezeten had, was zich gaan manifesteren, zodanig dat het geen griepje genoemd meer kon worden. Onderzoek wees uit dat hij leed aan &lsquo;de ziekte&rsquo;. Vast stond dat de ziekte maar een plan had. Vernietiging. Totale vernietiging. Het was alsof de ziekte een leger was dat aangevoerd werd door een dictator die de oorlog verklaard had aan al zijn gezonde cellen. Het werd hoogtijd om hulptroepen aan te roepen. Chemo. Troepen chemo die zijn lichaam moesten bevrijden van het kwaad, zoals de geallieerden dat ooit succesvol hadden gedaan in de strijd tegen de Nazi&rsquo;s. Het was erop of eronder. Leven of dood.<br/> Zijn vrouw was ontroostbaar geweest na het horen van het gruwelijke nieuws. Zelf had ie zijn toekomst in duigen zien vallen. Een toekomst die hij niet langer wilde delen met zijn vrouw, maar met zijn minnares. Een minnares waarop hij ongepland maar vurig verliefd geworden was, zij had een verlangen in hem naar boven gehaald dat alles brak. Niet alleen zijn huwelijkse gelofte, alles. Alles moest wijken voor het verlangen bij haar te zijn. Zij was zijn toekomst, althans, dat was het nieuwe plan dat het oude moest vervangen. <br/> Op zijn vrouw was hij nooit verliefd geweest. In alles was zijn keuze voor zijn vrouw een besluit geweest dat hij genomen had met zijn hoofd en zeker niet met zijn hart. Zijn vrouw was lief, intelligent, verantwoordelijk. Ze was de goedheid zelve. Vaak had hij gedacht: waarom zou ik haar verlaten? Omdat hij met zijn hoofd nooit een plausibele reden bedenken kon bleef hij haar. Zijn vrouw, zijn huwelijk; hij had het gezien als de laatste stap naar volwassenwording. Zijn vrouw was een zegeviering geweest van het verstand. Eindelijk had hij zich in zijn leven eens niet laten leiden door zijn gevoel, maar door de rationaliteit. Hij was in de rationaliteit gaan geloven, hij moest wel, het kon zo niet langer. En dus huwde hij de Perfecte Vrouw. <br/> Maar toen kwam hij zijn minnares tegen. Zijn minnares vernietigde de rationaliteit in hem. De verliefdheid, de blind makende liefde, was als een Tsunami over hem heen gekomen. De stevige dijk van het verstand werd weggevaagd in een klap, zonder pardon. Hij zou zijn vrouw gaan verlaten, inruilen voor zijn minnares. Hij zou de rationaliteit weer inruilen voor zijn gevoel. <br/> Alleen toen kwam de ziekte. De dood staarde hem zwijgend aan, de arts had gezegd dat het menens was. 50-50. Zijn vrouw vreesde dat de ziekte haar toekomst met hem zou laten verdwijnen, versmelten als de bekende sneeuw voor de zon. Wist zij veel dat het tegendeel misschien wel waar was. In overleg met zijn minnares besloot hij dat het beter was voor alle partijen dat het huwelijk voorlopig gered zou worden. Hij zou bij zijn vrouw blijven. Een scheiding op het sterfbed, dat kon hij zijn vrouw niet aan doen, zijn ouders niet, zijn minnares misschien niet en al helemaal zichzelf niet. <br/> Toen volgde het gevecht tegen de dood. Zijn vrouw stond aan zijn zijde, altijd en overal. Mede door de steun en door de liefde van zijn vrouw won hij het gevecht met de dood. Het gevecht tegen de dood was intens geweest, hero&iuml;sch op momenten die iets legendarisch hadden. Het samen met zijn vrouw verslaan van de Dood, het was een alles overstijgende ervaring geweest. <br/>De liefde van zijn vrouw voor hem was oneindig en onbreekbaar geweest. Hij werd er door aangestoken, door die liefde. Hij begon van zijn vrouw te houden. Eindelijk. En toen, toen hij het gevecht met de dood gewonnen had, met dank aan zijn vrouw, die nu ook echt zijn geliefde was, stond zijn minnares voor de deur. <br/>TITEL: Komt een man bij de dokter <br/> PF gepost door Remco Kock uit Arnhem, op woensdag 16 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=976 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=976 wo, 16 nov 2011 16:38:04 CET Max keek in de spiegel naar zichzelf en luisterde naar het watergekletter van de douche. Zijn gezicht zag er onbetwist teleurgesteld uit. Hij lachte even ongemakkelijk naar zichzelf. Een kater huisde in zijn kop, zijn brein voelde verbrijzeld aan.<br/> Gisterenavond had Max de re&uuml;nie van zijn middelbare school bezocht. Het Anne Frank College, dat was de school waarop hij zijn Havo diploma gehaald had. &lsquo;Het is vreemd dat er een middelbare school vernoemd is naar iemand die de middelbare school zelf nooit heeft afgemaakt,&rsquo; had iemand tegen hem gezegd op de re&uuml;nie. Het was een man geweest waarmee hij intensief een deel van zijn jeugd gedeeld had. Maar toen hij na al die jaren eindelijk weer eens naast de man gestaan had, John heette ie, voelde het als een ontluisterende ervaring. <br/> Ik had niet moeten gaan dacht Max terwijl hij met John vooral sprak over het heden, hun beider heden. Het weerzien met John beschadigde het hero&iuml;sche beeld dat bestond in zijn geheugen. In zijn herinnering was John een rebel geweest, een stoere held met spierballen. Nu bleek hij in werkelijkheid een account te zijn geworden. Een keurige accountant met een wijnbuikje. Het heldendom van John, zijn kattenkwaad, moest worden verruild voor een nieuw beeld. Dat van een golvende accountant met een buikje.<br/> Max had zich maar bedronken. Drank verlamde de kritische functie in zijn hoofd en hij was de drank er dankbaar voor. Alcohol schiep een nieuwe realiteit die aanvoelde als een warm bad. Drank zorgde ervoor dat het zuur in zijn hersenen opdroogde. <br/> Laat op de avond, toen de re&uuml;nie langzaam ten einde liep, stuitte hij op Monique. Zij was van een heel mooi meisje uitgegroeid tot een hele mooie vrouw. In zijn jeugd was hij verliefd geweest op Monique, nooit had hij het haar durven zeggen. Wel in talloze dromen, in talloze dromen had hij hand en hand met haar gelopen over het strand, likte ze aan een ijsje waarop hij Monique getrakteerd had. In zijn dromen had hij verkering met Monique. <br/>In de wakkere wereld echter hadden hij en Monique nauwelijks een woord gewisseld in die tijd. Max was altijd bang voor haar geweest. Bang voor haar afwijzing en bang voor zichzelf in haar buurt. Dat wanneer hij met haar zou praten zijn hoofd rood zou aanlopen en hij de taal plots onmachtig zou worden. Je verstand verliezen heette zoiets. <br/> Hij was redelijk dronken en Monique ook. Hij biechtte na een minuut of twintig van gezellig gebabbel zijn verliefdheid van toen op. De schaamte had hij al lang geleden verloren. Niet alleen schaamte over precaire gevoelens had hij verloren maar de schaamte in zijn algemeenheid. Schaamte was onwetendheid. De onwetendheid had hij overwonnen door veel te leren, te lezen en in zichzelf te redeneren. Hij was wijs genoeg nu om de schaamte voorbij te zijn. Wijze mannen kende geen schaamte.<br/> Monique leek zijn bekentenis als een compliment te ontvangen. Verliefdheid was een compliment, een groot compliment. Zijn compliment werkte als een katalysator voor de sfeer tussen hen beiden. Ze bekende hem ook iets. &lsquo;Ik was ook verliefd op jou Max. Maar ik durfde er niet tegen over je te beginnen. Ik zocht wel eens naar oogcontact met je in de klas maar je beantwoordde me nooit. Van wat jij me net zei had ik geen enkele weet.&rsquo; <br/> &lsquo;Dat kan kloppen,&rsquo; had Max geantwoord. &lsquo;Ik wilde absoluut niet dat jij wist van mijn verliefdheid. Dat iemand wist van mijn verliefdheid, ik wilde me niet nog kwetsbaarder voelen dan ik al deed in die tijd. Niet verzuipen was al genoeg voor mij. Ik keek je heel vaak in de ogen aan, maar alleen wanneer ik wist dat je het niet door kon hebben.&rsquo;<br/> Monique en Max dronken door totdat de kantine van het Anne Frank College zo goed als leeg was. &lsquo;Wil je misschien bij mij slapen vannacht?&rsquo; vroeg ze. &lsquo;Eigenlijk hebben we nog een openstaande rekening uit het verleden te vereffenen. Of zoiets. Je snapt wat ik bedoel te zeggen toch?&rsquo;<br/> Max begreep het. Hij ging met haar mee. Omdat wat de geschiedenis verzuimd te doen had nu wel te laten plaatsvinden. Hij zou zichzelf en haar verlossen van een eeuwig verlangen. De geschiedenis met terugwerkende kracht repareren. Max zou een spanning in zichzelf opheffen, een natuurlijk evenwicht herstellen. Hij ging met haar mee richting &lsquo;r huis en vree met haar. Ze was een prachtige vrouw geworden. Hij vree met een prachtige vrouw, maar ook met de geschiedenis.<br/> Toen Max ontwaakte in het bed van Monique dacht hij aan de dromen die hij als puber over haar gehad had. Over de dingen die alleen in zijn dromen gebeurde, dingen die bij het ontwaken vervlogen, dingen zoals het ijsje en het strand die plots verdwenen bij het openen van zijn ogen. Verdwenen als vleermuizen die hem smeerden bij het ontbranden van een lamp. Nu lag Monique echter naast hem in bed. Een jongensdroom ging in vervulling.<br/> Samen aten ze, nadat Monique ontwaakt was, in bed broodjes kaas en dronken koffie. &lsquo;Ik moet je wederom wat bekennen,&rsquo; zei Monique vlak voordat ze ging douche. &lsquo;Ik hoop dat je niet boos op me zult worden. Gisterenavond zei ik dat ik ook verliefd was op jou, toen op school. Dat was niet zo. Ik kon je nauwelijks herinneren. Maar toen ik je daar zag staan gisteren dacht ik: wat een lekker ding. Met hem zou ik graag slapen. Een leugentje om bestwil. Waar jij zelf indirect ook geprofiteerd hebt. Lekker ding.&rsquo; Ze gaf hem een kus en liep toen zichtbaar in goed humeur verkerende richting de douche.<br/> Max bekeek zichzelf enkele minuten in de spiegel en zocht daarna in zijn jeans naar zijn mobiele telefoon. Van het display las hij de meest recente ontvangen sms af. Het was een sms van zijn vriendin. &lsquo;Lieverd, hoe was de re&uuml;nie? Geen oude vlammen gevonden hoop ik? Kom je vanavond bij me eten? XXXX&rsquo;. <br/> PF gepost door kretzsch uit leiden, op woensdag 16 november 2011 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=975 http://www.pulpfictie.nl/viewpf?id=975 wo, 16 nov 2011 16:37:53 CET Bart is parttime leraar. Sinds een paar jaar klust hij er bij als trouwambtenaar. Hij heeft al een paar keer serieus overwogen om fulltime trouwmeneer te worden. Het werk op school bevalt steeds minder. De kloof tussen hem en zijn leerlingen wordt met de dag groter. Als trouwmeneer voelt Bart zich als een vis in het water. De paren die hij in het echt verbindt, waarderen zijn humor en flair. Veel soorten paren heeft hij de revue al zien passeren: gemengde paren, vrouwenparen, mannenparen, piepjonge paren, hoogbejaarde paren. Je bent nooit te jong of te oud om te trouwen! Tweemaal zelfs heeft hij zijn oud leerlingen getrouwd! In de klas moet hij ze uit elkaar halen. Op het stadshuis brengt hij ze bij elkaar! Zijn werk als trouwmeneer bevalt eigenlijk veel beter dan les geven. Elke trouwceremonie heeft zo haar eigen verrassingen. Uiteindelijk draait alles om dat goede gevoel dat hij twee mensen meegeeft op de mooiste dag van hun leven. Op school noemen zijn collega&rsquo;s en leerlingen Bart quasi-jolig &lsquo;trouwmeneer Bart&rsquo;. Gisteren riep een leerling nog: &lsquo;trouwmeneer Bart, nu kunt u Yolanthe en Jan niet meer trouwen!&rsquo; Het verhaal speelt zich namelijk af in de tijd dat Yolanthe en Jan nog getrouwd waren. Bart vindt het niet erg als zijn leerlingen grapjes maken. Hij neemt zijn bijbaan heel serieus. Ruim van te voren belt hij zijn paren op. Hij vraagt hun de kleren van het lijf. Hij wil weten hoe ze elkaar hebben leren kennen, welke studies ze hebben afgerond, welke hobby&rsquo;s ze hebben, wat hun interesses zijn, welke reizen ze hebben gemaakt, of ze een grote familie, veel vrienden hebben. Met de antwoorden die hij krijgt, breit hij net als zijn oma een trui voor haar kleinkinderen, een warm verhaal voor zijn koppeltjes. Het verhaal dat op maat gemaakt is, past altijd. De meeste koppeltjes waarderen deze manier van werken. Want ze hebben het razend druk en zweren bij telefonisch contact. Slechts een enkeling wil Bart liever persoonlijk ontmoeten voor de trouw. Als Bart belt, plakt hij bij de stemmen een gezicht als een kind ronde stickers in een plakboek plakt. Het plakken van gezichten is best moeilijk. Soms gaat het mis. Bart heeft van zijn fouten geleerd. Hij weet nu dat gezichten en stemmen soms niets met elkaar gemeen hebben. Wildvreemden van elkaar zijn. Net als twee kleuren die samen vloeken. Vandaag, zaterdag, heeft Bart al twee koppels getrouwd. De ceremonies verliepen vlekkeloos. Er werd veel gelachen. Bij thuiskomst ploft Bart tevreden op de bank. Krantje erbij. Biertje erbij. Vrouwtje is druk bezig in de keuken. Zijn luie oog valt vanzelf op de column van de voorpagina. De columnist maakt in zijn column een vage verwijzing naar Yolanthe en haar voetballer met wie ze vreemdgaat. De laatste dagen is er veel commotie over hen geweest. Van parlement tot lerarenkamer is over &lsquo;de kus&rsquo; en &lsquo;de breuk&rsquo; gesproken. Door de premier en ministers, door directeuren en leraren. Zelfs de directrice op de school waar Bart werkt is dinsdag uit haar donkere kamer gekomen om de breuk tussen Jan en Yolanthe na de kus met haar voetballer als verse bitterballen op een zilveren schaaltje in de lerarenkamer te presenteren. Haar ogen glinsterden als sterren in de nacht. Bart zag haar denken: &lsquo;We hebben wat te vieren jongens! Wat een verhaal! Smullen maar!&rsquo; Bart houdt niet van borrelpraatjes, leedvermaak in een gefrituurd jasje, zo noemt hij het zelf. Het is en blijft onkoosjer! Er hangt een vies luchtje aan zulke praatjes. Vluchtig leest hij verder. De columnist probeert het vage spannende puberale gevoel onder woorden te brengen van kussen in een donkere parkeergarage. Dat ontbrak er nog maar aan! denkt Bart! Dat de journalisten in Nederland zich als pubers gedragen. <br/>Sinds &lsquo;de kus&rsquo; praat iedereen over &lsquo;de breuk&#039;. &lsquo;De kus&rsquo; &#039;werd uit de garage gestolen en doorverkocht aan de media. Met het verspreiden van &lsquo;de kus&rsquo; werd ook &lsquo;de breuk&rsquo; aan het licht gebracht. Men praat over &lsquo;de breuk&rsquo; alsof het de grootste dijkbreuk in de Nederlandse geschiedenis betreft. Heel Nederland staat onder water. De liefdestranen blijven maar stromen!&rsquo; Bart slaat de voorpagina om. Maar &#039;de kus&rsquo; laat hem niet los. Hij leest een ander artikel over &lsquo;de kus&rsquo; met camera&rsquo;s en boeven in de bijrol op pagina 2. Het lijkt Amerika wel! Met een spottende grijns op zijn gezicht bladert Bart verder. Bij sport voetballen &lsquo;de kus&rsquo; en &lsquo;de breuk&rsquo; vrolijk verder. Hoe kan het ook anders? Yolantha&#039;s nieuwe vriendje is een bekende voetballer! Dan komt Barts vrouw de woonkamer binnengelopen. &lsquo;Biertje?&rsquo; vraagt ze vriendelijk. Ja, dat wil Bartje wel. Van het ene biertje komt het ander. Bart valt in slaap. Hij droomt. Strak in pak zit hij in een donker hok. Bart is parkeerwachter in een ondergrondse garage! Op de schermpjes verschijnen vage gezichten. Zestien ogen kijken naar de camera. Wat nu? Ineens begrijpt hij wat van hem verwacht wordt. Bart ziet de lijst met namen op het bureau liggen. Twee rijen van acht namen. Vier koppeltjes. Bart drukt op het knopje van de microfoon. De tekst kent hij uit zijn hoofd. Zijn stem echoot door de garage: &lsquo;We beginnen met koppel &ndash;2 en eindigen met koppel +2. -2. Jullie zijn voor mij gekomen, trouwparkeerwachter,om in tegenwoordigheid van de getuigen, de camera&rsquo;s, te verklaren dat je bereid bent je aan de wettelijke verplichtingen te houden. Ik verzoek de aanstaande echtgenoten elkaar de rechterhand te geven en mijn vraag te beantwoorden. Hij kijkt naar de man. &lsquo;Verklaart u X aan te nemen tot uw wettige echtgenote en belooft u getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de Wet aan de huwelijkse staat worden verbonden? Wat is daarop uw antwoord?&rsquo; &lsquo;Ja.&rsquo; Dan kijkt hij naar de vrouw. &lsquo;Verklaart u Y aan te nemen tot u wettige echtgenoot en belooft u getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de Wet aan de huwelijkse staat worden verbonden? Wat is daarop uw antwoord?&rsquo; &lsquo;Ja.&rsquo; &lsquo;Als trouwparkeerwachter van de gemeente Z verklaar ik, dat X en Y vanaf dit moment door de echt aan elkaar zijn verbonden. Dan mag u elkaar nu zoenen in afwachting van het trouwkaartje dat de betaalautomaat zo zal afgeven.&rsquo; De betaalautomaat ratelt en spuugt het trouwbewijs eruit. De bruidegom pakt het kaartje en geeft het aan de bruid. &lsquo;Bewaar jij hem? We hebben hem straks nodig om naar buiten te rijden&rsquo;. Ze stappen in de auto. Met gierende banden en knipperende lichten rijden ze de garage uit. Het verblindende, felle daglicht tegemoet. Als Bart klaar is met het laatste paar leunt hij tevreden achterover. Een vreemde geur vult het hokje en doet zijn neus en ogen kriebelen. Hij wrijft in zijn ogen en moet heel hard niezen. De muffe geur van de krant is zijn neusgaten binnengekropen. Het papier glijdt van zijn gezicht op de grond. Bart staat op. Zijn vingertoppen zien zwart van de inkt. &#039;Bah.&#039; Hij loopt naar de badkamer om zijn handen te wassen en de vieze, bittere smaak van het bier uit zijn mond te spoelen. Hij trekt aan het touwtje van het licht en schuift zijn trouwring van zijn vinger. Hij wast zijn gezicht. Hij wast zijn zwarte handen. Hij kijkt in de spiegel. Hij kijkt naar zijn handen. Hij pakt zijn trouwring en glijdt hem weer aan zijn vinger. Dan loopt hij naar beneden. Bartje herinnert zich niets meer van zijn vreemde droom. Daarom het volgende verzoek aan de lezer: vergeet onmiddellijk wat u heeft gelezen. De droom is top secret. Mond dicht, lippen op elkaar. Niks doorvertellen, ook niet aan de media voor grof geld!<br/>